Geduld van een dag
De zon stond lang na de koperrode opkomst nog altijd zo laag dat hij leek te willen vallen. Maar het bos van zwarte handen hield hem stevig op.
Het licht was als van een bevroren planeet. Oogverblindend voor wat winter heet: te mooi. Het viel hard op een dichtgevroren plas. De bielzen die nog moesten brengen glinsterden van de rijp, net als lage boompjes en de weilanden die grijs waren als de lucht. De lucht, die adem inhield en wachtte op het eerste dunne laagje sneeuw.
Op een paaltje keek een kraai met grote ogen, wist nog niet dat zijn pootafdrukken perfect zouden gaan maken.
De stralen schreven een witte taal op de fonkelende aarde. De verte was van goud, verdronk de zomer in de lange schaduwen.
Wow wat heb je dit mooi geschreven! Je kunt ’t bijna voelen, ruiken, zien…. allemaal tegelijk!
Echt heel mooi geschreven!
Dank. Zo te merken doel bereikt :)
Heel mooi. :) ik vind deze zin echt mooi:
‘De bielzen die nog moesten brengen glinsterden van de rijp’
maar ik vind het allemaal mooi. :)
Nu ik het nog eens lees merk ik dat dit niet helemaal je schrijfstijl is zoals ik hem ken. (Dat was drie keer ik in 1 zin. Kun je nagaan. Dit is vooral leuk/grappig/wild/bizar/etc. als je leest wat hierna komt:) Het is anders mooi, ik denk dat het komt doordat er geen persoonlijk voornaamwoord in voorkomt. Mag (moet!) je vaker doen! :-)
Ja, je hebt gelijk. Ik was me er niet eens (echt) bewust van. :)
Ik vind het ook niet helemaal je schrijfstijl, maar ook weer wel, want jij bent nou eenmaal goed in sfeertekeningen :)
Haha dank je :)