Titelloos. Moedeloos.
Voor me zag ik een kamer. Wit en kil en met netjes gerangschikte bedden, zoals in een ziekenhuis. Maar kaal en armoedig, stoffig. Ik voelde dat ik met mijn rug naar een deur stond. Aan de andere kant van de kamer, in de muur tegenover me, was ook een deuropening, waarachter ik een tweede, lege kamer zag.
Ik kon me niet herinneren dat ik door één van beide deuren binnen was gekomen.
Op de bedden zaten mensen. Ik wist niet waarom of waar ze vandaan kwamen. Ook kon ik niet zien wie ze waren. Maar ze zaten daar.
Rechts van me, in een hoek van de kamer, waren bovendien twee mannen. Vol verbijstering en afschuw keek ik naar wat ze aan het doen waren. Eén van hen had een geweer, de ander gebruikte slechts zijn arm. Hij wees, bepaalde de volgorde, het lot. Zijn handlanger haalde de trekker over.
Het tafereel speelde zich voor mijn ogen af, willekeurig en koelbloedig. Ik wist dat niemand overgeslagen zou worden.
Toch vluchtte ik niet. Ik stond daar slechts, voelde dat het nou eenmaal niet anders was, had geen angst.
Het duurde niet lang voor de arm zich naar mij uitstrekte. Ik draaide me om, van hem af. Ik zag niks meer. Het was eindelijk zover. Ik viel voorover, mijn arm vouwde zich onder me. Ik wist dat ik in mijn rug geraakt was, maar voelde geen pijn. Samen met de duisternis viel een geluk over me heen. Ik besefte dat ik verlost zou worden van de problemen, het verdriet, de verloren strijd.
Wat er van me over was draaide zich in het zwart. Ik voelde dat ik wegging en genoot een moment van de berusting.
Toen werd ik wakker.
Klinkt niet als een fijne droom. Herinner je je het ook nog zo levendig of heb je wat lege plaatsen opgevuld?
Dit is zo nauwkeurig en volledig mogelijk wat ik me er van herinner. Al is die herinnering al dik drie jaar oud. Het is me al die tijd enorm bij gebleven.
Niet echt een droom te noemen, eerder een nachtmerrie!
Toch was het dat niet. Ik was heel rustig. Toen ik wakker werd, was het eerste wat ik dacht: nu dit weer. Daarna zag ik de wereld weer zoals hij was en probeerde ik er maar weer wat van te maken.
Wat bizar, zelfs een droom kan ik herkennen.. misschien omdat ik zelf zoveel hierover droom, of je hebt het dromerig geschreven. Nice! Dromen zijn fijne inspiratie he?
:) Volgens mij ‘verraad’ ik me ook al in de vierde zin: “Ik voelde dat ik met mijn rug naar een deur stond.” In het echte leven zie je dat, of weet je dat. Maar voelen doe je het nooit.
Het is de eerste keer dat ik een droom opschrijf. Ik weet niet of ik dat vaker ga doen. Deze was heel bijzonder.
Oh, okee! Ik doe het relatief vaak, om eerlijk te zijn.
:| Best eng. Maar ik snap ook wel dat je er rustig van wakker hebt kunnen worden, wat ook wel blijkt uit je schrijfstijl (en bij de vierde zin kreeg ik inderdaad het idee dat het om een droom ging :)).
Veel psychoanalytici zouden overigens enthousiast zijn over je droom, omdat er denk ik allerlei analyses op losgelaten kunnen worden haha.
Tja. Ik weet ook niet waaróm het zo rustig kan zijn, maar het gebeurde gewoon. Toen in ieder geval stukken beter geslapen dan vannacht :P
vreemde droom, ik had onlangs ook een droom waarin ik neergeschoten werd.
Brr, lijkt me eng.