Over bloesemblaadjes
Op een dag verbloemde ik mezelf. Ik vond een pen en rook de verse inkt. Dus schreef ik alles af en begon te tekenen. Mijn benen ontbloeiden. Dikke, gitzwarte lijnen. Mijn armen, mijn gezicht. Donkere lippen, lonkende ogen. Ik stak een bloem in mijn haar. En toen zwierde ik, door de nacht, die niks zag.
Door de nacht die niks zag, knap in z’n eenvoud..
Mooi gedaan, hoe je alles laat leven.