Regendruppels op het raam. “Jippie! Het is zomer!”, tweet Buienradar, maar dat vind ik wel erg optimistisch. Meteorologisch gezien mag dat dan wel het geval zijn, maar er is bar weinig van te merken. Vandaag zou het een mooie dag worden, maar ik heb alleen maar grijs en nat gezien. De dagen lenen zich bepaald niet om te genieten van de lange avonden. En zo lang zijn die trouwens niet eens, want door de dikke bewolking schemert het al vroeg.
Nou hoeft het van mij niet per se bloedheet te worden – al zou het wel zonde zijn als ik mijn nieuwe jurkjes niet aan kan deze zomer – maar die regen. Daar word ik echt heel erg moe van. Zolang ik binnen kan blijven vind ik het prima, maar ik heb echt een schijthekel aan regenwater op mijn brillenglazen, gevoelige hoofdhuid en met zorg gemodelleerde krullen.
Ik zag vandaag een paar figuren die juist wel erg blij waren met de regen. Na alle platgetrapte slakken in de voortuin zijn we beland bij de volgende fase: paddenstoelen. Sorry mensen, sorry jurkjes, dit jaar geen zomer, die slaan we over. Het wordt al langzaam herfst.
Als je weg bent lijkt het zo onwerkelijk. Dat je echt van me houdt, dat je er echt voor me bent. Want ik zit hier alleen. En beeld me weer in: die jongen van wiens knappe koppie ik maar geen genoeg kan krijgen. Die jongen die me troostte toen ik pas nog verdriet had, de jongen waarmee ik plezier maakte in de zon en in de regen, die jongen die er voor zorgt dat ik me bij alles net dat beetje prettiger voel. Jij. Zolang je bij me bent tenminste.
En dan komt er altijd weer dat moment dat je moet gaan, lijkt het allemaal zo ver weg ineens. Is het wel echt waar? Houd je van me, zul je me geen pijn doen, ben je er voor me als ik je nodig heb? Maar waar ben je dan?
Omdat je niet weet waar je moet proberen. De dagen zo lang maar je armen te kort, en de regen blijft het zicht verstoren. Het beeld vervaagt. Hoewel je niet kunt stoppen met denken blijft er weinig over van dit verhaal. Er is geen uitweg.
Als het leven zich draait op de roulettetafel. Het lot wordt er niet anders van. Wat geweest is is geweest en wat komt zal komen – je weet alleen niet waarom en dat is wat het zo onverdraaglijk maakt. Maar ooit zul je zien dat het ineens minder moeite kost. Ooit is er die dag dat je van dat alles wordt verlost.
Ik ben blij dat ik nog bij je ben geweest. Op een zonnige zomeravond onder de molen van het prachtige Bredevoort. Dat je ziek was was op dat moment niet echt aan je te merken, je maakte dezelfde grapjes als altijd en verstopte mijn vaders gevulde koek achter je koffiekopje toen hij even weg was.
Ondanks dat je heel oud en vergeetachtig was geworden in al die jaren was je nog precies dezelfde. Dezelfde kleren, hetzelfde permanentje in je zilveren haar, dezelfde bril. Een echte oma, een hele lieve oma. Het is dat je niet zou kunnen onhouden welke kleur je was, anders hadden we waarschijnlijk nog best een potje mens-erger-je-niet kunnen spelen.
“Als ik alles zo goed kon als vergeten, dan was ik een prachtmens”, zei je nog maar een keer, terwijl je zelf waarschijnlijk niet eens in de gaten had dat je kortetermijngeheugen je al jaren compleet in de steek liet.
Ach, was je niet juist een prachtmens doordat je de menselijke gebreken accepteerde? Als iemand zich niet ergerde dan was jij het. Nooit heb ik je horen klagen, altijd was je vrolijk en opgewekt en niemand was voor jou te min. Hoogstens schudde je een keer het hoofd als je hoorde over de misstanden in de wereld, want kwaad zou je nooit doen. Van jou konden we allemaal nog wat leren – en het is trouwens nog niet te laat.
HELP IK WEET NIET WAAROVER IK MOET BLOGGEN EN IK HEB NOG 5 MINUTEN
Dat is wat ik zojuist heb gegoogled. En voor iedereen die in de toekomst hetzelfde idee mocht hebben als ik: niet doen. Het is volslagen zinloos.
Neem nou de eerste hit. “Het kost je ongeveer 3 minuten om dit artikel te lezen.” Ja uitstekend plan joh. Dan is mijn tijd al voor meer dan de helft om. Jullie snappen ook niks.
Tweede hit: “De Kracht Van Bloggen, Mijn Persoonlijke Verhaal”
Kots.
En vanaf daar gaat het alleen maar bergafwaarts. De clichés slaan je om de oren, om te eindigen met talloze hits over zakelijk bloggen. Alsof ik daar op zit te wachten. Neeneenee, laat mij mijn eigen gang maar gaan. En zie hier. Gered in exact vijf minuten!
Een vlijmscherpe stem schalt door de speakers. Ik kijk om me heen. Duitsland is dit, te herkennen aan het industriële uiterlijk, roest, de voorkeur voor gele informatieborden, de vele kopstations en het slisserige gebrabbel. En de immens grote letters van GRUNDIG op de glazen maar niet erg doorzichtige overkapping van deze stationshal. De eerste keer dat ik die lettercombinatie weer zie sinds de bliksem insloeg en we bij mijn ouders thuis afscheid moesten nemen van de beeldbuis, die zo oud was dat we een knoop tussen de aan-knop moesten stoppen omdat hij anders meteen weer uit ging. Zo ging dat vroeger. Je kocht een apparaat en dat ging dan tientallen jaren mee. Zeker als het uit Duitsland kwam; gründlichkeit noemden we dat. Desnoods frutselde je zelf een oplossing voor een probleem.
Hoe anders is het nu.
Even vluchtig als de hedendaagse apparatuur is mijn bezoek aan dit station en dit land, negen uur in de trein heen, maar drie dagen daar en weer negen uur terug. Niet omdat me dat nou zo handig leek, maar voor mijn werk. Zo gaan die dingen tegenwoordig. En overigens was het best leuk :)
Eerder konden jullie hier lezen hoe ik op jacht ging naar zes authentieke Rowwen Hèze-handtekeningen. Dat viel niet mee. Maar afgelopen april leek het erop dat ik dan toch nog wat geluk zou hebben: ik kreeg een mail dat de fanclub dit jaar 25 jaar bestaat en er daarom een fanclubdag georganiseerd zou worden, een jaar eerder dan verwacht.
Daar werd ik nog eens vrolijk van. Eindelijk die handtekening – tenminste, oud-bassist Jan zou er als erelid van de fanclub toch wel zijn? In ieder geval zou het me niet nogmaals overkomen mijn t-shirt niet bij me te hebben, zoals op de vorige fanclubdag. (Daar had ik eigenlijk deel 2 over moeten schrijven, maar dat heb ik blijkbaar niet gedaan. Twee opties: óf ik schaamde me te erg voor die domme actie, óf ik ben het domweg vergeten. Waarschijnlijk dat laatste.)
Gisteren was het dan eindelijk zo ver. Na wat ticketstress (de printer wilde geen verbinding meer maken) waren we aan de late kant, maar dan toch onderweg. Mét t-shirt, mét stift.
Eenmaal op het terrein besloten we eerst eens rustig buiten te gaan zitten. Tot ik het programma nog eens checkte en tot de ontdekking kwam dat het uurtje “band ontmoet fans” al was begonnen. Meteen terug die tent in dus, en zoeken. De band zelf was makkelijk te herkennen aan de kluwen van fans in één hoek van de zaal. Maar daar stond degene die ik zocht niet tussen. En een paar rondjes door de rest van de tent leerde ons: geen Jan. Een fan die we nog kenden van de slotconcerten zei dat Jan vast niet zou komen. Verdorie. Daar stond ik dan met mijn veel te grote tas, die ik in dat geval ook gewoon thuis had kunnen laten.
Dan maar met de andere bandleden op de foto en ondertussen hopen. Na al dat dringen hadden we honger, en toen we buiten wat aan het eten waren stond hij daar ineens. Zoals het de persoon waar je naar op zoek bent betaamt: plotseling voor je neus staan zonder dat je hem aan zag komen.
Maar goed. Die handtekening kreeg ik. Eind goed, al goed. Nu rest nog één opdracht: een lijst vinden om dat t-shirt in op te hangen. Zou moeten lukken.
Twee dikke duiven zij aan zij aan op één lantaarnpaal.
Ik kon er niks aan doen, ik lachte breeduit bij dat aangezicht. En terwijl ik er onderdoor fietste dacht ik nog eens na. Ze keken niet eens naar elkaar, maar toch zo fijn, zo knus met zijn twee. En toen dacht ik weer aan jou, mijn schat, hoe het voelt als we samen zijn. Dat dat zo veel beter is dan alleen. Niet eens per se je armen om mij heen, je aanwezigheid voelen is al genoeg. Ogen open of ogen dicht, als ik ’s nachts naast je lig, gewoon die veiligheid. Dat er altijd iemand bij je is.
“Ik heb koekjes en cola. En verdriet. Wil je ook wat?”
“Nee”, zei hij.
Da’s mooi, dacht ik bij mezelf, want dan kan ik die koekjes lekker houden.
Ik ben gewoon te principieel voor deze verstandhouding. Ook al brengt het me op dit moment nog zo veel goeds. Dat het ooit ergens mis is gegaan, jaren geleden, dat maakt me nog steeds boos en teleurgesteld. En ik schaam me ervoor. Want zoiets doe je gewoon niet. Punt uit.
Ik houd ook niet van het woord verstandhouding. Ik wil helemaal geen houding, ik wil gewoon mezelf zijn en zielsveel houden van. En ja ik weet het, op den duur is het vast onvermijdelijk in iedere relatie, maar hij heeft dat goede gevoel bij mij al na twee maanden hardhandig kapot gemaakt. Of eigenlijk al voordat we die relatie überhaupt hadden. Misschien is dat het probleem. Dat er zo veel stuk is. Stuk in mijn hoofd. Je kan wel lijmen, maar de barsten die blijven.
Koekjes, cola en verdriet. Ik wil het best weggeven, maar dat kan nou eenmaal niet.