Het is moeilijk om te begrijpen hoe een mens verdwalen kan.
Hoe iemand zijn eigen geloofwaardigheid teniet doet,
anderen kwetst en misbruikt, hun vertrouwen schendt.
Gewoon zomaar, zich van geen kwaad bewust.
Het is vast allemaal anders als je geen echte vader had.
Op jezelf aangewezen was, nooit goed genoeg,
als het kind in je niet werd erkend.
Waar vindt een tere ziel dan veiligheid en rust?
Dat is hoe het begon,
dat je je niet in een ander inleven kon:
je liet jezelf geloven dat je van de pijn niets voelde.
Het donker prikt in mijn ogen. Ik kan ze open doen, of dicht, het is hier allebei even vermoeiend. Dutten of slapen kan niet als je loopt, luistert, voelt. Voetje voor voetje, beetje bij beetje. Alertheid, maar geen informatie die op het netvlies valt. Mijn blik wordt naar ieder spoortje van licht getrokken dat langs de dichte deuren en gordijnen naar hier heeft weten te komen. Maar het grootste deel van de tijd is er niets, niets dan git- en gitzwart. Wanhopig proberen mijn ogen iets te registreren. Hoofdpijn, tot het moment dat ik weer uit deze kelder ben.
Stel je voor. Stel je voor dat de dag ooit echt zwart wordt, onomkeerbaar. Wat een hel, wat een nachtmerrie – letterlijk. Hoe lang zou het duren voor je aan het eeuwige donker gewend bent?
Als de pijn onontkoombaar is, dan is het gewoon makkelijker. De realiteit en de wereld zo hard dat je geen uitweg vinden kunt. Als je alles kort en klein zou willen slaan omdat het gewoon niet eerlijk is.
Wat heeft het voor zin? Als je hier niet thuishoort kun je beter zelf niet bestaan. Jezelf uitwissen. Verzachten. Het klinkt gek, maar de pijn wordt minder als je kerft in je huid. Alsof het niet meer uitmaakt dan. Laat het maar gaan, laat alles maar, en wees maar het verdriet dat je bent. Je hoeft niet meer sterk te zijn als het niet gaat.
De schrammen overal, van top tot teen. Ze lijken willekeurig, maar als je goed leest is het duidelijk te zien.
“Help. Help me en help me niet, want het heeft geen zin. Zorg voor me alsjeblieft. Want blijkbaar leef ik, ook al weet ik niet waarom.”
Op 4 mei herdenken we de oorlog, en op 5 mei vieren we onze vrijheid.
Dat is tenminste wat ons werd voorgehouden. Dat we nooit meer oorlog zouden krijgen hier in West-Europa, na alles wat er rond 1940 gebeurd was en alles wat we hadden geleerd. Nadat alle Europese landen bondgenoten werden. Maar dit jaar vinden we onszelf ineens in een andere realiteit. In weinig lijkt het op wat we herdenken, maar oorlog is het wel degelijk. Een terreuroorlog die ons gevoel van vrijheid langzaamaan inperkt, of we nu willen of niet.
Op 4 mei keek ik de documentaire “The girl who forgave the nazis”. Een aanrader. De documentaire gaat over Eva Kor, een Hongaarse Jodin die Auschwitz als kind ternauwernood overleefde. Tientallen jaren later besloot ze de nazi’s te vergeven en vervolgens ervaarde ze hoe een last van haar schouders viel. Vanaf dat moment probeerde ze ook anderen ervan te overtuigen wat de kracht van vergeving is. Niet iedereen is het met haar eens, althans niet als het om de wandaden van de nazi’s gaat, maar zij zegt: “This world is in desperate need for forgiveness.”
Ik denk dat ze gelijk heeft. Waarom proberen volkeren elkaar nog steeds te vermoorden? Omdat we het verleden weigeren te vergeten. Waarom is er zo veel wrok? Omdat we niet willen zien wat iemand gebracht heeft tot zijn daden en meteen veroordelen. Waarom is er zo veel verdriet? Omdat we onze boosheid niet achter ons kunnen laten.
Vergeven is niet makkelijk. Maar het niet doen is eigenlijk nog veel moeilijker. Je máákt het jezelf moeilijk.
Dit liedje gaat over een boom die vroeger midden in de uitgestrekte peelvlakte stond. Vanwege zijn bijzondere vorm werd de ‘Kamelenboom’ een orientatiepunt voor boeren uit de omgeving.
Een nummer op verzoek van Rowwen Hèze’s vorige bassist, met een hele leuke tekst en muziek waar je gewoon ontzettend vrolijk van wordt, zonder dat het irritant is. En nu hebben ze ook nog een simpele maar grappige clip gemaakt. Soms valt alles ineens samen.
Ik vong meejzelf wat gewoen
ik zaag meejzelf hier al stoan
als enne doedgewoene boem
verder dor ’t leave goan
Ik grujde op met veul geduld
takke als ’n silhouet
in de vurm van enne bult
en inens toen waas ’t net
leek ik op enne kamiel
tusse de smele van de Piel
Kamiel van de Piel
ik wies de weg
in dit landschap groet en leag
Kamiel van de Piel
langs de kant
mien wortels deep heer in ’t land
de spoare in ’t zand
Ik vong meejzelf wat gewoen
ik zaag meejzelf hier al stoan
als enne doedgewoene boem
verder dor ’t leave goan
Het is zo heerlijk dat de bank voor het raam staat. Mijn kin leunt op mijn arm en mijn arm op de leuning, zo kijk ik ik het liefst over de vensterbank. Tussen de planten door, niemand die ziet hoe mijn blik de dag doorkruist. Hoe ik even later weer een avond zie vallen. Ik houd van deze plek, maar eigenlijk heb ik nauwelijks tijd gehad om ervan te genieten. Is het eind alweer in zicht. Ik weet niet of ik nog een lente op zal zien bloeien in deze voortuin.
Ik ga het missen, dat weet ik wel. Het vele zonlicht, de rust, de vogels bij het voederhuisje. Verandering is niks voor mij. Er zijn altijd te veel dingen die ik nog eens doen, zien, horen of voelen wil. Als ik blijf, dan weet ik niet wat ik mis. Ga ik, dan wel.
Ik was onderweg, boos. Onderweg naar een ander. Ik wist niet eens precies waar ik was, maar wel waar ik naartoe ging. Maar één doel.
Pas toen ik bij die verkeerde persoon in bed lag dacht ik aan mijn vriend. Besefte ik wat ik aan het doen was. In paniek brak ik de daad af, sprong zijn bed uit en probeerde het huis zo snel mogelijk uit te komen terwijl ik mijn kleren aantrok.
De gang leek op die van mijn ouderlijk huis. En toen voelde ik het. Schuld. Ik, een vreemdganger, onuitwisbaar. Vanaf nu zou iedereen die dit wist me veroordelen – en nog terecht ook. Ik zakte in elkaar van verdriet.
Ik schok wakker naast mijn vriend. Zelden zo opgelucht. Ik deelde mijn droom.
“Wat lijkt het me vreselijk om zoiets gedaan te hebben. Om te beseffen dat je die schuld vanaf dan voor altijd bij je draagt. Waarom zou je zo stom zijn om zoiets te doen?”
Er is een omslagpunt geweest in mijn leven toen ik hem leerde kennen. En dan bedoel ik niet het verschil tussen een relatie hebben of niet. Voor en na zijn twee totaal verschillende dingen.
Eigenlijk is er niet eens zo veel veranderd. Ik ben nog dezelfde. Maar er is één ding dat nooit meer omgekeerd kan, en dat is dat ik nu weet hoe het voelt als je vertrouwen gebroken wordt. Natuurlijk wist ik wel dat de wereld niet eerlijk in elkaar steekt. Maar als je het zelf meemaakt besef je pas wat het inhoudt. Als je het zelf meemaakt is het niet iets wat je hoort en waar je je een paar minuten kwaad om maakt om vervolgens weer verder te gaan met de vastberadenheid nooit zoiets aan te richten. Als je het zelf meemaakt sleep je de pijn jarenlang met je mee. Misschien wel de rest van je leven. Hoe het voelt als iemand je gevoelens wegwuift, de mens in je ontkent en vernedert, dat vergeet je nooit meer. En ook het ongeloof en de woede dat iemand die weet dat je van hem houdt zoiets doen kan, ze blijven.
Dat is het hem. Toen er nog niets gebeurd was, ik verlang terug naar die tijd. De tijd dat de dagen niet ongevraagd onderbroken werden door een hart vol pijn. Terwijl het zo mooi had kunnen zijn.
De wonderlijke wereld van mijn spiegelbeeld. Daar zou ik zo graag eens even in rondlopen. Gewoon omdat het even anders is dan anders. Als ik de omgekeerde wereld zie, weerspiegeld in een bushokje of etalage, of gewoon mijn eigen kamer in het raam, dan lijkt dat zo knus. Zo veel interessanter dan wat ik al ken. Stel je voor dat links rechts is en rechts links. Zou je dan de weg nog vinden? Hoe vaak zou je iets verkeerdom doen op een dag, kan ik er nog piano spelen? Maar aan de andere kant kun je misschien wel naar Engeland zonder aan de verkeerde kant te hoeven rijden. Kun je doen waar je zin in hebt omdat de klok achteruit loopt. Wisselt de VVD er van mening met de SP.
En als je daar in je spiegel kijkt, wat zie je dan?
We hadden het over zijn nieuwe autoradio. Eentje waar je een usb-stick in kan steken met alle muziek die je maar wilt.
Ik dacht aan de liedjes van Rowwen Hèze, vroeg me af welke hij ook leuk zou vinden, en droomde automatisch terug naar de auto van mijn ouders met die grijsgedraaide cd-wisselaar. Elk album is een andere herinnering. Een vakantie, een dagje uit, of simpelweg thuiskomen. En toen wist ik het.
“Ik weet wat we moeten doen. We moeten ’n Hemel op Aarde op je stick zetten en in de auto draaien. En dan maken we heel veel nieuwe, fijne herinneringen.”
Hij vond het een goed idee. En bij die gedachte was er al iets veranderd. Door die gedachte al minder pijn bij de muziek en meer levensvreugde. Denk je eens in, al die leuke dingen die we samen doen. Bijna wekelijks wel ergens met de auto heen. Zo fijn.