Ze zat voorovergebogen over haar boek en schreef op een blaadje. Ik kon haar gezicht alleen van de zijkant zien. Ik keek naar haar donkere krullen, de lijn van haar kaak, haar donkere wimpers, de ronde lijn van haar wenkbrauwen. Ze was het, ze moest het zijn. Type schoenen, type tas, en haar handschrift vooral: alles klopte.
Maar nog altijd kon ik haar niet in het gezicht kijken.
Haar boek was in het Frans, evenals de woorden die ze schreef, hoewel ik stellig dacht te weten dat ze Duits was gaan studeren. Ach, alle talen boeiden haar.
Het was heel lang geleden en had maar kort geduurd, maar ik kende haar door en door. Ik dacht aan de verdrietige stand van haar ogen, die ik nu niet zien kon. Hoe hard ze altijd werkte, en hoe weinig het voor haar betekende. En toch zou het nooit in me opkomen haar te storen. Het was een kracht die ze uitstraalde, waardoor ik nu al wist dat ik niets zou zeggen, hoe lang we hier ook zouden zitten. Maar die kracht kwam niet uit haar levenslust. Die kracht kwam uit haar depressie.
Ik dacht aan de vrouw die ze had kunnen zijn. Een prachtige vrouw met een prachtige lach. Maar als de vrouw naast mij lachte, zag je enkel weemoed.
Ik dacht eraan hoe we elkaar gekust hadden. Het was zo mooi, maar haar pijn was onhoudbaar, stond overal tussen.
Het boek sloeg dicht. Ze richtte haar hoofd op, recht vooruit, en liep van me weg, verdween. Zonder me aan te kijken, zonder me zelfs maar te zien. Haar ogen keken nooit, ze piekerden slechts.
“Zou je nou nooit zin hebben in lekker wat warms?”, vraagt een willekeurige moeder.
“Ja, ’s winters wel. Maar als je de blender heel hoog zet wordt die ook wel een beetje warm.”
Deze woorden van Tom in de IDFA-documentaire Rauw bleven me het meest bij. De documentaire werd vandaag uitgezonden op de publieke omroep. Mijn interesse werd gewekt naar aanleiding van een aflevering van Pauw en Witteman, waarin Francis Kenter te gast is en vertelt over het dieet van rauw voedsel waarop zijzelf en haar zoon Tom leven. Want: “In de prehistorie werd eten ook niet gekookt.” Ik heb met open mond gekeken en kreeg zoveel medelijden met dit kind. Overigens kan ik ook niet zeggen dat Francis blaakt van gezondheid. Waarom denken mensen dat ze dingen beter weten dan diegenen die ervoor geleerd hebben?
“Dan denk ik dat doktoren absoluut geen enig idee hebben waar ze het over hebben. Ik denk dat doktoren volkomen op een verkeerde manier hun studie ingaan. Het is allemaal gebaseerd op de leer van Pasteur, Pasteur stelde dat bacteriën het lichaam binnenkomen en ziektes veroorzaken. Tegelijkertijd met Pasteur leefde er een man die Béchamp heette, en die zei: ‘Nee, het zijn niet de bacteriën, maar het terrein.’ Daarmee bedoelde hij eigenlijk het bloed. Hij zei: ‘Als het bloed alkalisch is, kunnen bacteriën binnenkomen wat ze willen, maar daar word je niet ziek van.’ ”
Mooie woorden, maar zo deskundig als het klinkt is het niet. Ten eerste ontgaat mij waarom je anno 2012 een discussie uit de 19e eeuw zou aanhalen. Er zijn altijd zoveel mensen geweest die wat zeiden, maar de wetenschap is verder gegaan met wat juist bleek te zijn.
Alkalisch bloed? Laat me niet lachen. Met alkalisch doelt zij op de zuurgraad van het bloed, maar deze wordt door het lichaam constant gehouden en is dus onafhankelijk van het voedsel dat je eet. Daarnaast schrikken bacteriën totaal niet terug voor veranderingen in de zuurgraad van het bloed of wat dan ook: zij passen zich eenvoudig aan. Dus beweer alsjeblieft niet dat doktoren niet weten waar ze het over hebben. “Carcinogenische stoffen”, zei ze ergens. Dat noem je carcinogene stoffen, Francis.
“Juist bakken in hele hete olie, dat is het allerslechtste eten wat je kunt eten. Juist alles waar een hard randje aan zit, en daar vallen koekjes onder, en vlees waar een hardgebakken randje aan zit. Het is bewezen dat daar stoffen in zitten waar je kanker van krijgt.”
Dat klopt maar half. Het bruine korstje van iets wat je bakt bevat inderdaad stoffen die kankerverwekkend zijn. Maar wat ze er niet bij zegt en waarschijnlijk ook niet weet, is dat wij als moderne mensen, in tegenstelling tot onze voorouders die rauw voedsel aten, genen bezitten die ons beschermen tegen deze carcinogene stoffen. Jij en ik. Niets aan de hand dus.
“Ga in de dierentuin dan naar de oppassers van de chimpansees en zeg: ‘Mag ik jouw chimpansees één keer per week pizza’s en energiedrankjes geven?’ Nou, ze slaan stijl achterover als je hun kostbare beesten zoiets zou willen geven.”
Hier zit de allergrootste denkfout. Ik wil overigens niet zeggen dat energiedrankjes gezond zijn, maar een mens is géén chimpansee en dat verschil zit hem niet alleen in die genen die beschermen tegen kankerverwekkende stoffen. Een mens heeft grotere hersenen, zoals we weten. En nou komt het leuke gedeelte van het verhaal: dat verschil in hersengrootte tussen mensen en apen heeft kunnen ontstaan doordat mensen op een bepaald moment in de geschiedenis zijn gaan koken. Ja! Je hoort het goed, koken. Eigenlijk is het ontzettend logisch. Hersenen hebben veel energie nodig, grote hersenen vanzelfsprekend nog véél meer energie. En die energie moet je uit je voedsel halen. Wat is nu het verschil tussen rauw en gekookt voedsel? Nou, op gekookt voedsel hoef je veel minder lang te kauwen, omdat het zachter is. Dus kun je meer energie tot je nemen in dezelfde tijd, en daarmee gun je je hersenen de ruimte om te groeien. Wij, moderne mensen, kunnen onze hersenen nooit van voldoende energie voorzien met rauw voedsel, al zouden we er 24 uur per dag op kauwen.
Een blender kan daar niet tegenop. Nee Francis, in de prehistorie werd niet gekookt. Maar nu wel. Arme Tom. Overigens gaat Tom niet meer naar school, want Francis is bang dat hij ‘verkeerd’ voedsel gaat eten om bij de groep te horen. Ik kan nog maar één conclusie trekken: deze moeder belemmert de ontwikkeling van haar kind met haar Wikipedia-kennis. Nouja, Wikipedia? Dit soort verhalen vinden vaak hun oorsprong op websites waar vrouwen – op de een of andere manier zijn het bijna altijd vrouwen – complottheorie op complottheorie stapelen met uit het verband gerukte feitjes.
Zelf vindt Francis dat ze haar zoon helemaal niets oplegt. Ze vraagt hem om bevestiging, steeds maar weer. “Wat vind je daar nou van?”
“Ik weet het niet.”
De trein suist. Onder een viaduct door, over wissels. Het geluid van ver reizen, van leuke dingen doen, het geluid van naar huis gaan ook. Iemand heeft warme koffie mee naar binnen genomen. Ik houd niet van koffie, maar het ruikt heerlijk.
Nog tien dagen, zeggen ze, en dan vergaat de wereld. En toch staat mijn agenda daarna al tjokvol. Nog maar tien dagen suizen?
Ik leg mijn hoofd tegen het raam, doe mijn ogen dicht, luister, ruik, en voel de warmte van de verwarming die brandt. Ik weet het niet, maar van deze tien dagen kan ik hoe dan ook genieten.
Mijn kraag staat niet omhoog. Het is tenslotte pas begin december. Wat is de ochtend prachtig nat vandaag – ik ben nog niet zeker of ik dit herfst of winter moet noemen. De mist in de verte is wit, evenals de gelaagde wolkenlucht.
Ik denk weer aan de eerste sneeuw, die in mijn gezicht waaide. Kin koud van de natte sjaal, geen tijd om te kijken naar al wat wit was. Totdat de wind een ogenblik ging liggen, en de vlokjes zachtjes dwarrelden. Toen zag ik het sprookje – en dat was pas het begin.
Mijn stem blaast een kushandje de ruimte in. De klok tikt, ik adem in.
Het is als goud, als alles trilt, wat zou je anders willen? Je kan de dagen dragen op muziek. Ik kijk door het raam. Het veld is leeg, maar als ik mijn ogen sluit zie ik het publiek al staan. De brok in mijn keel vouwt zich tot een bloem als ik eindelijk mijn gevoel de vrijheid gun. Stil en bedeesd, tot mijn lippen de woorden lachen van de vrijheid die me kust. Ik weet nog hoe ik ze schreef, voorovergebogen over het papier.
Ik kan op deze manier gemakkelijk een leven vullen, maar daarvoor ben ik niet hier.
Kan dan niemand mij ooit zeggen
dat het goedkomt allemaal
dat ik niet meer hoef te wachten
dat ik niet meer hoef te hopen
nooit meer in mijn smart verdwaal?
Ik strompel door de dag. Een deur zwaait open.
Je staat met je rug naar me toe en draait je hoofd, maar je kijkt me niet aan. Daarvoor heb je me te snel herkend. Er is niets wat ik kan doen voor mijn gevoel, maar ik voel sowieso niet veel vandaag.
Mijn voeten lopen langs je heen. Het mag zo zijn dat je domme dingen deed, maar toch heb je een leuk koppie.
De trap gaat naar beneden en ik weet maar al te goed hoe ik met gebogen hoofd uit je gezichtsveld verdwijn. Ik buig zo vaak voor het leven.
De deur valt in het slot. Terwijl ik net vandaag best een arm om me heen kan gebruiken. We gooien allebei steeds de waarheid in duigen.
Het moet in 2008 geweest zijn, dat ik nietsvermoedend mooi zat te wezen in de kantine van de bètafaculteit en er ineens twee mannen van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad op me af kwamen. Tenminste, ik houd het er maar op dat ze naar mij kwamen omdat ze me er leuk uit vonden zien. Dat is het laatste sprankje hoop wat ik nog heb, betreffende dit verhaal.
Of ik op de foto wilde, omdat ‘iemand’ dan aan de hand van die foto ging bekijken wat voor persoon ik was. Dat zou dan later in ANS verschijnen. Ik heb toen een van de grootste fouten van mijn leven gemaakt, al lijkt hij nog zo klein: ik vroeg niet wie die ‘iemand’ dan wel was, want ik kon het niet vermoeden. En de twee mannen? Zij noemden expres geen naam. Want wie wil zijn foto nou laten zien aan Emile Ratelband?
Het leek me wel geinig, dus ik zei ja. En enkele weken later las ik dit in ANS:
‘Kijk toch naar dat haar’, wijst Ratelband, ‘dit meisje is een warhoofd en emotioneel niet standvastig. Aan de kleine neusgaten is te zien dat ze een neiging tot verslaving heeft.’ Ze vertelt dat ze boetseert, fotografeert en musiceert. Creativiteit alom, maar Ratelband zag níets aan haar oren. Ze zegt over zichzelf: ‘Ik ben van nature niet gestructureerd. Vriendinnen noemen me zelfs “een beetje gek”.’ Ratelband: ‘Vast een ‘vrouwtje’ waarmee je kan lachen, maar je moet er geen relatie mee hebben.’
Ik was, op zijn zachtst gezegd, in shock. Wat een onzin, wat geeft die man het recht om zulke denigrerende dingen over iemand uit te kramen? En waarom verdraait ANS als klap op de vuurpijl de dingen die ik over mezelf gezegd heb, zodat ze negatief klinken? “Van nature niet gestructureerd”, die woorden komen echt niet uit mijn mond. Ik heb geprobeerd om deze bullshit voor de buitenwereld te verbergen, maar in mijn hoofd kwam ik er maar niet vanaf. Overigens wordt mijn naam door Google nog steeds aan het betreffende artikel gekoppeld, ondanks herhaaldelijk vragen bij ANS of ze hun zooi kunnen verwijderen. Nee dus. Mensen kunnen dit over mij lezen en ik kan me er niet tegen verdedigen, ik ben er klaar mee. Van mij mogen zowel Emile Ratelband als ANS aan de schandpaal.
Toevallig ben ik erfelijk belast met een wilde bos krullen en een vitaminegebrek, waardoor mijn haar broos, weerbarstig en doorgaans dus een puinhoop is. Maar wat zegt dat nu over mij als persoon? Helemaal niets, want ‘warhoofd’ en ‘emotioneel niet standvastig’, ik weet zeker dat niemand mij daarin herkent.
En neiging tot verslaving, beste Emile: ik heb in mijn leven nog nooit een sigaret aangeraakt, laat staan drugs. Ik drink ongeveer twee glazen alcohol per maand, en ik heb bewezen dat ik een vastenperiode lang zonder snoep kan. Wilskracht heet zoiets, en is volgens mij niet het voornaamste kenmerk van een verslaafde. Dus ik weet niet waar je het over hebt.
Dat je niets aan mijn oren zag kan kloppen. Die waren namelijk niet zichtbaar op de foto. Jezus.
En dan die laatste zin. Alsof ik nog niet genoeg moeite heb met het vinden van een vriend. En elke keer dat het in de afgelopen jaren weer mis ging, dacht ik aan deze woorden en ik geloofde ze. Begint het al een klein beetje tot je door te dringen wat je kapot gemaakt hebt, Emile?
Maar ik geloof ze niet meer. Want als er iemand is die verslaafd is, aan aandacht wel te verstaan, als er iemand is die emotioneel niet standvastig is en zogenaamd creatief, als er iemand is waar je wellicht mee kan lachen maar waar je ab-so-luut geen relatie mee wilt hebben dan ben jij het. Jij, Emile, dus laat mij erbuiten. Klootzak.