De haan, wiens herriecirkel zo groot is dat mijn raam erbinnen valt (zijn stankcirkel, een woord dat Van Dale wél kent, is gelukkig wat kleiner), moet eens nieuwe batterijen in zijn horloge doen. Het is kwart over drie!
Ik hoor de snelweg. De snelweg heeft geen herriecirkel, maar een herriebaan. Van Roermond tot Nijmegen. Die baan verplaatst zich met de wind, die vandaag onweersbuien brengt. En het geluid van de snelweg, omdat wij zodanig gepositioneerd zijn dan weer wel en dan weer niet binnen de herriezone te vallen. Alleen de ambulance, die horen we altijd.
Wat ik persoonlijk vrij onhandig vind, omdat ik altijd even moet nadenken of niemand hem voor mij gebeld zou hebben na één van mijn hilarische acties. Tenminste, dat vinden fans van ‘De leukste thuis’.
Verder ben ik zo stom om bij het nagels lakken te beginnen bij mijn duim, en vervolgens mijn hand op mijn net gelakte wijsvingernagel te leggen bij het lakken van mijn pink. En om te lui te zijn de oude nagellak eraf te halen. Dat zie je dus wél.
Achja. Er zit ook nog een gapend gat in mijn nagel van die keer dat ik – ik weet al niet meer hoe – de helft van de bovenkant wist te schrapen. Het moet iets stoms geweest zijn. Als ik val, val ik ook over stomme dingen. Ik viel eens over een helling. Ik wacht op de dag dat ik struikel over een erwt. Dan is mijn missie volbracht.
Newtoniaanse Kosmologie is zo’n vak dat oninzichtelijk blijkt. De verhalen klonteren zich samen tot een warboel, waar gek genoeg toch weer structuur in zit.
In de vorm van een enorm vraagteken dat de rest van de week ondoorzichtig boven je hoofd blijft hangen.
Als je leert dat de samenklontering ontstaat door een kleiner wordende straal, doordat de energie afneemt door de afnemende straal haak je af, mis je wat, haak je nog meer af en mis je uiteindelijk alles, wat dan weer doet realiseren.
Realiseren dat het leven blijkbaar toch in elkaar zit zoals datgeen waar je op dat moment naar aan het luisteren zou moeten zijn en zelfs dat je dat klaarblijkelijk nog bewijst als je niet oplet.
Maar ook realiseren dat je op een stoel op een verdieping op een fundering op de aarde zit, die niet zo stevig is als hij lijkt en draait en door het heelal schiet, terwijl de dunne korst rondom de vloeibare kern misschien wel op instorten staat onder ons gewicht.
Dan draait je stoel en geeft geen steun, behalve dat ene plankje dat intussen pijn doet. Je valt er net niet vanaf hoewel het vraagteken je topzwaar maakt, terwijl er ook nog donkere materie bestaat en je probeert niet aan de verkiezingen te denken.
Ik ga niks over de verkiezingen zeggen.
Donderdag mogen we de sterren nog een keer proberen, wat een geluk, we mogen weer van onze stoel.
Dat woord geeft geen zoekresultaten in Google. En dat is niet gek, maar wel irritant. Nu nog een maandje wachten.
Het verzinnen van nieuwe woorden is als een hobby geworden. Ik hoef er alleen geen tijd voor uit te trekken: het gaat vanzelf.
Zeker nu. Maar ik ben dan ook een beetje braindamaged.
Dat had ik niet hoeven zeggen, want zoekresultaten genoeg voor braindamaged. Hoewel Google vindt dat je het los van elkaar schrijft. Maar ik ben een Nederlander. En Nederlanders schrijven dat aan elkaar.
In dat opzicht lopen er alleen niet veel Nederlanders rond hier. Ik haat dat. Ik haat: “Isolatie faag DNA molecuul vermomd.” Buiten dat ik het toch al niet snap. Telegramstijl. Ten tweede: hoezo vermomd? En wat is er vermomd? Isolatiefaag? Faag-DNA? DNA-molecuul? Faagmolecuul? Isolatie-DNA-molecuul?
Zoeloeflipper is tenminste duidelijk. Het is een flipper. Die iets met zoeloe te maken heeft. Dat zie je. Al betekent het niks. Heel anders dan: ‘zoeloe flipper’. Dat is meer een commando. Zo belangrijk is die stomme spatie! Of eigenlijk juist: geen spatie. Begrijp dat nou eens!
Het bleek faag-DNA-molecuul te moeten zijn.
Zeg dat dan.
Eindelijk kerstvakantie. Vlak voor ik naar het station liep begon pas goed tot me door te dringen hoe blij ik daarmee was.
Echter in de trein zelf werd mijn geluk grondig verstoord. Tegenover mij bevond zich een jongedame, die allereerst nog vrolijk ging zitten sms’en. Daarbij leek het er overigens niet op of zij maar enige intentie had daadwerkelijk een bericht te versturen. Al typend had ze het te druk met rondkijken en nog net niet hardop zeggen: ‘Kijk eens wat ik kan, sms’en zonder te kijken!’ Haar houding en indringende blik bevielen me weinig, maar dat bleek pas het begin van een vreemdsoortige woede.
In Cuijk aangekomen nam zij schijnheilig de moeite om op te staan voor degene die naast haar zat en uit wilde stappen. Ik keek expres niet. De lucht was geel.
De mobiele telefoon ging weg en opeens viel mij iets nieuws op. Mevrouw, die overigens muziek luisterde via een iPod of iets dergelijks, was kauwgom aan het eten. Dat begon nog netjes, maar gaandeweg richting Vierlingsbeek zakte haar mond bij elke kauwbeweging steeds verder naar beneden. Dit resulteerde in een gênante maar vooral luidruchtige vertoning. Het klonk míj niet als muziek in de oren. Ik werd er ronduit chagrijnig van.
Maar uiteraard ging ze rustig door, dankzij de muziek geen benul hebbende van de herrie die ze aan het maken was. Om maar te zwijgen van het wansmakelijke beeld dat ik erbij cadeau kreeg.
Ondertussen was de indringende blik niet verdwenen. En inmiddels keek ik net zo indringend terug. Helaas, de boodschap kwam niet aan. Ik meende toch echt met een vriendelijk gezicht aan mijn reis te zijn begonnen; niet iederéén kan alleen maar indringend kijken. Dat heeft soms zo zijn betekenis.
Gelukkig kwam alles goed in Vierlingsbeek, toen de zon in volle glorie onderging, een hert in het lage licht door de akkers sprong en ik de betreffende jongedame toch maar geen klap voor haar kop gaf. In plaats daarvan vluchtte ik, om de spontane vrolijkheid niet weer in woede om te doen slaan.
En nog één tip: als je het in de toekomst onverhoopt nodig mocht vinden toch kauwgom te eten terwijl je naar muziek luistert, houd dan je ogen open. Een eventuele manoeuvre om je chagrijnige medemens te ontwijken kan dan nog op tijd in gang worden gezet.
Sinds afgelopen maandag vallen paddenstoelen onder de Opiumwet. Er is inderdaad iets voor te zeggen, de hallucinerende paddo’s die zo massaal gebruikt worden te verbieden. Maar uiteindelijk bereikt niemand hier iets mee. Vandaag las ik in de krant, dat het eerste bedrijf dat paddenstoelen uit je tuin haalt, op poten is. Prachtige paddenstoelen als vliegenzwammen zijn in Nederland in principe voor uitgestorven verklaard.
Waar is het voor nodig paddo’s te verbieden? Er is nog altijd niet aangetoond dat ze daadwerkelijk leiden tot ongeoorloofde handelingen. Weliswaar wordt paddogebruik in verband gebracht met gevaarlijke situaties, maar deze aanwijzingen zijn niet significant. Dergelijke situaties ontstaan immers ook vaak zonder dat mensen paddo’s hebben gebruikt.
Naar mijn mening veroorzaakt het verbod een nieuw crimineel circuit. De onderwereld zal handenvol geld gaan verdienen aan de nieuwe wet. Dat is toch niet wat we willen? Bovendien is het dus nog maar de vraag of het paddogebruik daadwerkelijk teruggedrongen zal worden.
Het allerstomste aan de situatie waarin we ons landje weer eens hebben weten te werken, is nog wel dat half Nederland sinds maandag in overtreding is. Wie heeft er geen paddenstoelen in zijn tuin? Ik ben in ieder geval niet van plan ze weg te gaan halen. En ik weet zeker dat dat ook niet gaat gebeuren in onze tuin.
Want behalve dat het absurd is om iets te verbieden dat zich van nature overal bevindt, is het ook belachelijk om een belangrijk onderdeel van de natuur uit te willen roeien. Er zijn tientallen paddenstoelen bekend die hallucinerende stoffen bevatten. Die kúnnen we gewoon niet allemaal uitroeien.
Paddenstoelen horen thuis in de natuur. Ze zijn niet alleen erg mooi, maar ook ontzettend belangrijk voor de afbraak van afvalstoffen. Zoiets kan een minister toch niet stomweg over het hoofd zien? Hoe heeft hij het verbod in gedachten? Hoe verban je alle verboden paddenstoelen uit een land met een oppervlakte van ruim 41000 km2? Wie is de schuldige als er toch zo’n ding op een bospaadje groeit? En hoe houden we de natuur op orde als een groot deel van de natuurlijke afbraak van afvalstoffen niet meer plaatsvindt?
Het is in ieder geval zeker dat je niet van een boswachter of gemeente kan verlangen dat ze hun bossen perfect op orde houden.
Al met al zie ik geen enkele reden om paddenstoelen te verbieden. Het verbod is niet eens te handhaven! Gun je medemens zo nu en dan een pleziertje en laat vooral de natuur met rust. Alsof die tegenwoordig nog niet genoeg te verduren heeft!
Mijn eerste college algemene fysiologie. Ik vind het vanaf het begin een bijzonder vak. Een mooi vak, maar er vielen me dit eerste college ook al twee dingen op. En die brachten me meteen bij misschien wel de meest fundamentele vraag van het leven.
Ten eerste was de docent duidelijk gefascineerd door de microbiologie en hij hield niet op te zeggen dat we moesten komen promoveren op zijn vak. Hij haalde daarvoor een aantal argumenten aan, waarbij me de volgende opviel: volgens hem kun je in het tijdsbestek van een promotie de evolutie van bacteriën zien geschieden.
Het is simpel. Neem een bacterie. Kweek hem op en splits de kolonie in tweeën. Vervolgens zet je beide helften onder verschillende condities. Na slechts een paar jaar heb je twee verschillende bacteriekolonies.
Ik geloof hem op zijn woord. Maar begrijpen doe ik het niet.
Als dit waar is, waarom is dit dan niet allang breed uitgemeten in de samenleving? Waarom zijn er dan nog steeds zoveel mensen die de evolutie stellig ontkennen? En mijn grootste vraag: waarom zóu je de evolutie eigenlijk ontkennen?
Daar kwam even later nog bij, dat ik plotseling de enorme nutteloosheid van het leven inzag. Op cellulair niveau betekent het leven niet veel meer dan het maken van eiwitten uit genen, zodat deze eiwitten er met stoffen van buiten de cel voor kunnen zorgen, dat er weer genen worden opgebouwd.
Dit cirkeltje is kleiner dan ik me ooit had kunnen indenken. Is dit dan echt alles? Ik vrees dat mijn antwoord hierop moet zijn: ja.
Dit is alles. En je maakt mij niet wijs dat er iemand als een god bestaat, die van zoiets onbenulligs zoiets ingewikkelds als het leven heeft gemaakt. Een god zou iets zinnigs nemen. En hij zou het eenvoudig laten.
Het is de evolutie die moest beginnen bij iets wat zo klein mogelijk was. En ik vraag me alsmaar meer af, waarom die evolutie dan ontkend moet worden.
De wereld is niet vergaan. Er is geen zwart gat ontstaan en we zijn niet met zijn allen ingeklapt tot een moordend stukje verdwijnpunt van 8 millimeter in doorsnee. Gelukkig. Toch? Want we willen nog lang niet dood. Maar misschien was het allemaal zo slecht niet geweest. Er zit eigenlijk allang een soort zwart gat in het leven op deze planeet. Haat, honger, oorlog, ziekte, pijn. Dat alles zou in minder dan een seconde weg kunnen zijn.
Maar ach, waar hebben we het eigenlijk over. De mediahype is alweer zo goed als voorbij. LHC zal, ondanks dat hij al deze ophef veroorzaakte, nog vele malen gebruikt worden. Niks aan de hand en niemand die er nog bij nadenkt.
Tot de dag dat het CERN een kersverse natuurwetenschapster aanneemt, die per toeval een klein foutje maakt… Niemand die zich mij ooit zal herinneren.
Op de voorpagina van de krant las ik: ‘Schoonheid zit tussen je oren.’ Helaas was ik niet de eigenaar van deze krant, en heeft degene die dat wel was, me niet de kans gegeven het artikel te lezen, dat ergens op pagina 16 stond.
Des te meer kreeg ik daardoor de kans, mijn fantasie er op los te laten. Wat me als eerste opviel, was de waarschijnlijk onbedoelde dubbelzinnigheid van de titel. Tussen je oren, inderdaad, je hoofd en je gezicht zijn uiteindelijk wel de belangrijkste factoren die bepalen hoe mooi je bent. Maar goed, hier ging het natuurlijk niet om. Ik weet niet waarom wel precies; misschien was het wel, dat niet iedereen hetzelfde denkt over schoonheid. Maar ik ga er eigenlijk vanuit dat de gemiddelde journalist wel iets originelers te melden heeft. Daarom verwacht ik, dat de strekking van de tekst zal zijn geweest, dat je je zelfbeeld uitstraalt en zodoende ook bepaalt hoe anderen je zien. En dat is mooi meegenomen! Ik vind het altijd zo zonde als mensen negatief over zichzelf denken. Niet doen! Je kunt beter aan de dingen denken die je wél mooi aan jezelf vindt. Of je daar nou daadwerkelijk mooier van wordt, laat ik in het midden. Maar in ieder geval word je daar zelf vrolijker van.
Dus ook al zit het alleen maar tussen mijn oren: ik heb voorlopig toch weer een goede reden om me lekker mooi te voelen.
Mijn nagellak is blauw. Hoe zou het zijn, als je je nergens meer druk over hoefde te maken? Doen en laten wat je wil. Misschien is het niet iets om gelukkig van te worden. Van valse hoop word je soms blij. Alle mensen willen iets anders. Ik zou de noodzaak daarvan graag in twijfel trekken. Maar het heeft zo weinig zin. Ooit gaan we vechten om de ander gelijk te mogen geven. Dat is vast niet beter dan de oorlogen van nu. Er zijn veel te weinig mensen om er iets aan te doen. En als ze in de meerderheid zijn, dan zijn we uitgestorven.
Ik zou iemand willen worden om trots op te zijn. En niet vanwege nagellak.