‘Neurons always die, you know’
Hij sprak snel, docerend, maar ook een beetje verongelijkt.
Ik zou bijna geloven dat doodgaan het enige is waar die neuronen goed in zijn.
Er was een woordje Hongaars in zijn dia blijven steken.
Hij sprak snel, docerend, maar ook een beetje verongelijkt.
Ik zou bijna geloven dat doodgaan het enige is waar die neuronen goed in zijn.
Er was een woordje Hongaars in zijn dia blijven steken.
Kijk; dat je naar de persoon uit je trainingsgroep toe wilt die daar in de binnenbocht, nog half op het ijs, gevallen ligt te zijn, dat snap ik. Dat je dat óók wilt als er al twee mensen bij zijn, snap ik ook nog wel een beetje.
Maar wie had nou gedacht dat je dat als trainer zou doen door zomaar het ijs over te steken, terwijl er mensen met een dikke 30 km/uur de bocht in komen schaatsen, zoals ik. Er zijn niet voor niks regels die het oversteken van het ijs verbieden, zelfs als er niemand aankomt.
En roepen dat er iemand in de binnenbocht ligt helpt ook niet echt; dát had ik wel gezien. Als trainer zou je toch moeten kunnen bedenken dat dat minder gevaarlijk is dan plotseling overstekende mensen.
Door de snelheid waarmee het gebeurde heb ik overigens van anderen moeten vernemen dat je trainer bent. Ik heb alleen je schaatsen gezien en daarna het ijs. Van iets te dichtbij. Aangezien je ook een beetje weinig interesse had in de persoon die door jouw toedoen net zo goed een hersenschudding had kunnen hebben, kreeg ik ook achteraf vrij weinig informatie over je identiteit.
Je hoeft je dan ook zeker nu niet meer niet te verontschuldigen; dat zou een onhandige zet zijn. Dan weet ik wie er zo dom en bovendien onfatsoenlijk is.
Maar je schuldig voelen, wellicht.
Lang geleden (5 december)
Ik heb niet eens een zielig been. Hoewel de linker het altijd wat zwaarder heeft tijdens het schaatsen van de bocht.
Luister, Esra. Morgen is het weer anders. Denk aan nu en niet aan nooit.
Dat kan ik wel tegen mezelf zeggen, maar het werkt mooi niet.
Ik trek het nut van muziek in twijfel. Tot ik Moon River hoor. Dan is alles weer voor even.
Volgens Dana heb ik geen six-pack maar een sick-spac.
We zongen ’s nachts om vrede maar moesten vechten om onze stoelen. We deden vooral niet echt ons best.
De volgende dag gingen we naar vrienden en familie in onze stinkende auto’s om te eten, en dat vooral toen we al volzaten. Het hoofdgerecht gooiden we half weg omdat we echt niet meer konden, dus we begonnen aan de wijn. Omdat een sapje lekkerder, maar niet duur genoeg was.
Gezelligheid. Alsof we het niet naar onze zin hadden toen we afgelopen zomer in het gras lagen en schaterden van het lachen, omdat we alleen elkaar hadden.
Toen deze ‘gezelligheid’ voorbij was keken we op de televisie naar meisjes in verre landen, die niet naar school kunnen en alle dagen halfnaakt door de modder ploeteren.
Wij trokken onze portemonnee, want we moesten hoe dan ook
zelf nieuwe kleding hebben.
Ondanks deze dagen,
een vrolijk jaar gewenst.
Iemand zei:
"Ik geloof echt in karma. Als je iets slechts doet, denk ik dat je het ook weer terugkrijgt."
Niet al te lang geleden vond ik mezelf huilend in een trein. Laat ik zeggen dat dat geen dagelijkse gewoonte van me is. Maar ik kon even niet anders.
Misschien ga ik je hevig teleurstellen als ik vertel waarom dan. Geen heftige verhalen. Ik had geen ruzie. Geen problemen op school. Geen liefdesverdriet. Er was niemand dood.
De trein had ook niet zo onnoemelijk veel vertraging dat ik niet meer op mijn bestemming aan zou komen.
Tegenover mij zat iemand kauwgom te kauwen.
Ik herinner me dat ik het er al eens vaker over heb gehad. Toen was het een voorval. Nu is het een regelmatig terugkerend probleem. Het lijkt wel een nieuwe mode: kauwgom eten en dan vooral met zo veel mogelijk herrie erbij.
Het is smerig. Irritant. Lomp. En als je maar lang en hard genoeg doorgaat, krijg je mij er mee aan het huilen. Ja, dat laatste is mijn eigen gebrek. Maar ik snap alsnog niet waar tegenwoordig de ouders zijn gebleven die je vertellen dat je met je mond dicht eet.
Bestaan ze nog, manieren?
Helaas was ik zelf gemanierd genoeg om me er niet mee te bemoeien.
Ik haat dit soort kromme redenaties. Tenzij ik er iemand mee in de war kan maken.
Zou ik dan?
Ik wil iets plaatsen in deze categorie maar ik kan gewoon niks bedenken.
Help eens?
Ze zeggen dat het niet werkt.
Ik zeg dat het perfect is.
Alleen zijn mensen er te dom voor.
Ooit vertelde ik aan iemand dat ik een zeven stond voor Nederlands. Hij vroeg me vervolgens, of ik voor de andere vakken ook zo goed stond.
Ik knipperde met mijn ogen en analyseerde de zin die ik hoorde tweemaal.
Zo de spot met mij en mijn punten te drijven! Die verrekte punten, die altijd tegen me werkten en me lang niet altijd het gevoel gaven een maat voor mijn kunnen te zijn.
En dan had je nog die afrondingen, die speciaal in het leven waren geroepen om mij roet in het eten te strooien.
Maar in mijn bijzijn te zeggen, dat het goed was een zeven voor Nederlands te staan, dat was pure pesterij, het duwtje na in mijn persoonlijkheid, ziek maken met woorden.
Nederlands en zijn eeuwige zeven. Met of zonder tandje extra, hele tandwielen, volle toeren, avonduren uiteindelijk; dan toch weer die zeven. Alsof nadenken geen zin had. Hersenmoord.
Wijselijk antwoordde ik met een negen voor wiskunde. Daar had ik nooit het tandje moeite voor genomen. Niet nodig gehad. Wiskunde was mijn pauze.
En daar ben ik wél trots op.