Het is leeg. Het is stil. Van binnen.
Zo leeg en stil, dat het pijn doet. Fysiek.
‘Iederien het meij van die daag, dan hedde krampe in ow maag
en enne kop vol met beton’
Hij kon er een lied over schrijven. Ik niet. Het zou niet eens zinnig zijn.
Je kunt wel eindeloos je voorhoofd fronsen of vingerafdrukken tellen, maar dat is het niet.
Het gaat om het verschil tussen nu en straks. Een verschil dat er niet is. Niets verandert. Ik blijf alleen met de hoop.
Morgen zit ik weer hetzelfde te pingelen, voor niets en niemand.
‘En de moan lachte meej oet’
Laat me het nou delen. Alsjeblieft.
Want toch: als ik zing, is het allemaal een beetje mooier. Als ik huil, is het een beetje van geluk en een beetje van verdriet.
(Fragmenten: Jack Poels – Rowwen Hèze, Station America, 1993)
Ik droomde van mijn vrouw,
we lagen dicht bij elkaar in ons bed
in die droom die ik al dromende
voor waar hield.
Toen werd ik wakker naast mijn vrouw,
we lagen dicht bij elkaar in ons bed
en de droom leek iets dat mij alleen maar
ver van haar hield.
Ooit mag ik dood,
dan word ik opnieuw gewaar
dat ik aan ’t ontwaken ben,
weer minder aan ’t dromen ben,
dichter nog bij haar gekomen ben
dan toen het leven me als een droom
ver van haar hield.
Als een lied dat je eindeloos zingt
en dat telkens weer meer
als nieuw klinkt.
(Herman Finkers – Herman Finkers, Na de Pauze, 2009)
Het zijn de drukke dagen die me onttrekken. Als ik in het late donker thuiskom is daar wel de piano die in het kunstlicht staat te lonken, maar ik ga niet.
Er is al geen tijd om alleen maar te luisteren. Ik moet te hard nadenken en te snel achtereen, in compacte massa’s die niets doorlaten. Colleges soms niet eens.
Ik mis het meteen. Alles wat ik hoor is leeg en doorzichtig.
Waar blijft de dag dat de toetsen weer mijn ringen weerspiegelen onder het lage, gele zonlicht? Ík loop wel weg, maar mijn gedachte aan de gonzende lucht die me kan omhullen nooit.
Binnenkort goudgelakte kleppen.
Here I go out to sea again the sunshine fills my hair and dreams hang in the air Look at me standing here on my own again upstraight in the sunshine
No need to laugh and cry it’s a wonderful, wonderful life No need to run and hide it’s a wonderful, wonderful life
Gull’s in the sky and in my blue eye you know it feels unfair there’s magic everywhere And I need a friend, oh I need a friend to make me happy not stand here on my own Look at me standing here on my own again upstraight in the sunshine
No need to laugh and cry it’s a wonderful, wonderful life No need to run and hide it’s a wonderful, wonderful life Look at me standing here on my own again upstraight in the sunshine No need to laugh and cry it’s a wonderful, wonderful life No need to run and hide it’s a wonderful, wonderful life
Jouw muziek is als een omhelzing. Zo vertrouwd en zo perfect. Alsof ik je altijd al ken. Een vriend. Ik kan je daar zien staan, en je stond er ook, maar ik denk niet dat je mij zag.
En als ik het kon, zou ik daar ook staan, hetzelfde doen, alles, stuk voor stuk, precies zoals jij. Maar ik kan het, natuurlijk, niet hetzelfde en ik zou de magie eraf breken en onze vriendschap. Nog veel liever zou ik samen met je spelen, zodat ik een arm terug om jouw schouder kan leggen als ik je aankijk. Helaas kan ik zo ver niet reiken.
These blue shoes seem to suit me well When I feel like hell As I do now that you’re gone Lost and lonely since you stopped caring, I’ve been wearing my new shoes I’ve been wearing my blue shoes
You and I made the perfect pair It don’t seem fair I loved you more than you know Sorry I’m such a sorry state But while I wait for some good news I’ll be wearing my blue shoes
Don’t feel like walking strong Shufflin’ along On my way home Trudgin’ down that shopping street Where we used to meet But I ain’t buying I’m wearing my blue shoes and crying
These blue shoes seem to suit my soul Since you shot that hole Since you shot that hole in my heart And if I wind up on the sidewalk bleeding I won’t be needing my new shoes Won’t be needing my blue shoes
These blue shoes seem to suit me well When I feel like hell As I do now that you’re gone Lost and lonely since you stopped caring I’ve been wearing my new shoes I’ve been wearing my blue shoes
Niet mijn haar, niet mijn huiswerk, ook niet mijn kamer. Nouja, vooruit, mijn kamer een beetje.
Maar de grootste warboel zit weer eens in mijn hoofd. Dat kun je visualiseren. Ga ik niet doen. Jullie willen vast niet weten hoe ik voor me zie hoe ze met zijn zessen over elkaar zijn gebuiteld. Ik beloof dat het ergens best komisch is.
Eén ding is zeker: instrumenten en bandleden overal. Nee, niet overal. Alleen tussen mijn hersenknopen.
En ik wens het ze niet toe, hoor. Maar zo zit het in mijn hoofd. Altijd lijkt Rowwen Hèze een warboel in mijn hoofd te veroorzaken. Maar ik weet ook wel dat het anders iets anders zou zijn geweest. Omdat mijn hoofd een warboel hoort te zijn.
Ik wil ze zien. Ik wil vooral naar ze luisteren. Ik wil voor altijd naar ze luisteren.
Laat me nooit meer naar ze luisteren.
Ik wil ook muziek maken. Laat me alsjeblieft muziek maken.
Ik wil geen muziek maken. Laat me alsjeblieft geen muziek maken. Laat me liever de wereld redden. Laat me Kim Jong-il de mond snoeren, laat me Iran en Zimbabwe nieuwe verkiezingen geven, laat me de criminaliteit uitroeien.
Laat me alles eerlijk verdelen. Alles.
Ik kán het niet, waarom kan ik het niet? Iémand moet het toch kunnen? Kunnen we het niet samen?
Het gaat niet.
Van veraf was het zo mooi
En ik hoop dat het me ooit zal zijn vergeven
Ik bracht m’n dagen door
Dromend dat je bij me was
Van veraf was het zo mooi
Hoe kon ik denken dat het anders zou zijn?
Hoe kon ik denken dat het groter dan de wereld was?
Hoe kon ik denken dat we samen zouden zijn?
Van veraf was het zo mooi
En ik zal je nooit vergeten
Ik breng m’n dagen door
Wetend dat het pijn blijft doen
Van veraf was het zo mooi
En er is niemand die het meevoelen kan
En er is niemand die iets troostends hoeft te zeggen
En er is niemand die voor mij schoon schip moet maken
Dat doe ik zelf wel…
Van veraf was het zo mooi
En ik hoop dat het me ooit zal zijn vergeven
Hoe kon ik denken dat het anders zou zijn?
Hoe kon ik denken dat het groter dan de wereld was?
Hoe kon ik weten hoe het is om zoveel spijt te hebben?
Of is het maar verstreken tijd?
Van veraf was het zo mooi…