Daar zit je dan weer, met een hoofd vol Rowwen Hèze. Een mooi gevoel is dat. Jammer genoeg kan ik de herinneringen niet als foto’s opslaan.
Maar ik denk niet dat ik die zes gezichten, getekend door muziek, nog ooit zal vergeten. De accordeon hangt als een star blok tussen mijn oren. Toch kan ik er maar geen grip op krijgen. Ik zou de muziek nog dichter naar me toe willen halen. Zodat het me nooit meer los kan laten, zoals het nu wel steeds de neiging heeft.
Rechts staat een piano het weinige licht van de sombere hemel te weerkaatsen. Hij zou eens iets anders moeten verzinnen.
Maar hoe, in ’s hemelsnaam, hoe kom ik aan bladmuziek van de zuivere pianopartijen? Niet, vrees ik.
Het zou een begin zijn, en daarna zou ik een accordeon kopen. Dan is de muziek niet langer alleen van deze zes mensen, maar ook een klein beetje van mij. Voor mezelf. Het wordt tijd dat dit meisje propvol muziek er eens iets van vrij kan laten.
Je droeg weer blauw die avond
In een schaduw van zwart licht
Er werd geen gat gedicht
Met de brief die je me nazond
Tijd draait alles om
Wat eerst prachtig was wordt lelijk
En wat je toen zo moeilijk vond
Daar denk je niet meer aan
Laat je me nog gaan?
Wat onaf was blijft wel liggen
Je maakt niets ongedaan
Blauwe ruis, in mijn ziel en in mijn oren
Ik wil het niet meer horen,
maar het houdt nooit meer op
Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren
Het wordt alleen maar harder
en het houdt nooit meer op
Je draagt steeds blauw die avond
Op het scherm in mijn hoofd
In de brief die je me nazond
Heb je niets beloofd
Maar ook niets afgerond
Onaangenaam verdoofd
Blijf ik staren naar de grond
Blauwe ruis, in mijn ziel en in mijn oren
Ik wil het niet meer horen,
maar het houdt nooit meer op
Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren
Het wordt alleen maar harder
en het houdt nooit meer op
Laat je me nog gaan?
Wat onaf was blijft wel liggen
Je maakt niets ongedaan
Blauwe ruis, in mijn ziel en in mijn oren
Ik wil het niet meer horen,
maar het houdt nooit meer op
Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren
Het wordt alleen maar harder
en het houdt nooit meer op
Het is koud. De zon verlicht de rijp aan de bomen, de rode strepen aan de horizon achterlatend van haar opkomst. Er is maar één wolkje aan de lucht.
De nacht is voorbij, die volgde op de avond waarin alles perfect leek.
Als een veel te mooi verhaal. Waar ik was, was slechts een sprookje. De naam klinkt niet als zodanig, maar het is voor mij een waarheid. Rowwen Hèze. Een avond vol muziek. Compleet en niets te veel. Een gevoel of alles goed was.
Nu is het niet meer goed.
Ik zou willen dat ik zelf een man was. En volwassen. Dan zou ik ook op het podium gaan staan en muziek maken.
Nu denk ik dat ik dat niet kan. Misschien is het een slecht excuus. Ik denk van niet. Ik denk wel dat ik muziek moet maken om gelukkig te zijn.
Ik denk heel veel, veel te veel. Ik weet maar één ding: het leven is niet zo’n sprookje.
’t Durp is stil ’t liekt verloate
’t rimpelt in ’t oavendlicht
hugstes ’n paar minse proate
deure dreie langzaam dicht
’t Durp is muuj ’t is verslaage
’t durp dat verloer vandaag
verloer mier dan ’t kos verdraage
’t waas teveul, wat ’t zaag
Heej stong midde in ’t leave
alles wat ‘ie zei en doch
doar ging genne weg an neave
heej haj an twieje wurd genog
’t Durp woar ‘ie waas geboare
dat bouwde ‘ie met elke stien
dat durp het vandaag verloare
’t durp is vandaag allien
Vur iederien din os is veurgegoan
vur iederien din alles het gegeave
Enne gojje mins blieft altied leave
’n Leave lang de moeiste kleure
gerimpeld in ’t oavendlicht
dat bield dat kos vur ieuwig deure
de zon, de wind in zien gezicht
’t Durp mot opnij beginne
’t wil allien mar troest en tied
’t durp blieft vurleupig binne
’t durp is zichzelf kwiet
Vur iederien din os is veurgegoan
vur iederien din alles het gegeave
Enne gojje mins blieft altied leave
(Jack Poels – Rowwen Hèze, ’t Beste van 2 Werelden, 1999)
Ik weet nog alles van die dag Als het tenminste één dag was Want dit verhaal speelt zich af Buiten de tijd Ik herinner me je lach Als het tenminste een lach was Want je grimas gleed eraf Ik was je kwijt Je was weg En het leek net Alsof je nooit bestaan had Heb ik jou dan zelf bedacht?
Jij was toen, jij bent nu Je zit in een luchtbel Jij was daar en jij bent hier En die luchtbel zweeft ver weg Maar houdt je levend
Ik zie nog steeds het lege glas Als het tenminste één glas was Want alle drank reken je af Buiten de tijd Ik herinner me een grap Als het tenminste een grap was Want het gelach gleed eraf Ik was je kwijt Je bent weg Soms is het net Alsof ik nooit bestaan heb Heb je mij dan zelf bedacht?
Ik was toen, ik ben nu Ik zit in een luchtbel Ik was daar en ik ben hier En die luchtbel zweeft ver weg Maar houdt ons levend
Ik ben niet snel boos. Maar het leven sputtert mij wat tegen. De dagen willen snel weer korter zijn en ik kan er ook niks aan doen dat er in de trein meer te zien valt dan tussen mij bekenden. Ik wil teveel, misschien.
Soms durf ik me niet aardig meer te voelen. Gelukkig is er morgen weer een dag.
Er bestaan nog woorden waar ik niet bang voor ben. Waarom praten we niet in brieven, dan kon ik de gevaarlijke omzeilen. En de mensen die me soms wat irriteren, al zijn er dat niet veel. Jongens…
Als je niet weet wat je ergens mee aanmoet, kun je het dan het beste links laten liggen? En als je beter kunt zijn, moet je dan toch even goed doen? Ik wil te veel.
Ik hoop dat ik kan leren kleuren met muziek, zoals de wolken wit zijn uit blauw, rood, en groen, en de zonsondergang. En het liefst ga ik het zwart van de piano mengen met het goudkleurige van een saxofoon.
Er lopen tranen op je wang Zo ontroostbaar en zo bang Zo gekwetst en zo verlaten Huil gerust, ga maar je gang Je wilt er niet meer over praten Want je bent de liefde moe En als je mij om hulp zou vragen Kom ik vanavond naar je toe
Wees maar niet bang Overwin dat gevoel Het gaat niet vanzelf Ik weet precies wat je bedoelt Nu heb je angst Weet je niet hoe het moet Wees maar niet bang Het komt vanzelf weer goed
Ik zie de onmacht in je ogen Ik hoor de twijfel in je stem Je denkt dat alles je teveel is Het is maar goed dat ik hier ben Geniet eens van de mooie dingen En de mensen om je heen Je hebt zoveel om voor te leven En je bent nooit alleen
De wereld heeft jou zo bedrogen Beloofde veel maar jij kreeg niets Je kijkt me aan met grote ogen Daarin lees ik je verdriet Je worstelt met herinneringen Van onmacht, wanhoop en de pijn Je kijkt niet naar de mooie dingen Je had iemand anders willen zijn
Wees maar niet bang Overwin dat gevoel Het gaat niet vanzelf Ik weet precies wat je bedoelt Nu heb je angst Weet je niet hoe het moet Wees maar niet bang Het komt vanzelf weer goed