De wereld is niet vergaan. Er is geen zwart gat ontstaan en we zijn niet met zijn allen ingeklapt tot een moordend stukje verdwijnpunt van 8 millimeter in doorsnee. Gelukkig. Toch? Want we willen nog lang niet dood. Maar misschien was het allemaal zo slecht niet geweest. Er zit eigenlijk allang een soort zwart gat in het leven op deze planeet. Haat, honger, oorlog, ziekte, pijn. Dat alles zou in minder dan een seconde weg kunnen zijn.
Maar ach, waar hebben we het eigenlijk over. De mediahype is alweer zo goed als voorbij. LHC zal, ondanks dat hij al deze ophef veroorzaakte, nog vele malen gebruikt worden. Niks aan de hand en niemand die er nog bij nadenkt.
Tot de dag dat het CERN een kersverse natuurwetenschapster aanneemt, die per toeval een klein foutje maakt… Niemand die zich mij ooit zal herinneren.
Op de voorpagina van de krant las ik: ‘Schoonheid zit tussen je oren.’ Helaas was ik niet de eigenaar van deze krant, en heeft degene die dat wel was, me niet de kans gegeven het artikel te lezen, dat ergens op pagina 16 stond.
Des te meer kreeg ik daardoor de kans, mijn fantasie er op los te laten. Wat me als eerste opviel, was de waarschijnlijk onbedoelde dubbelzinnigheid van de titel. Tussen je oren, inderdaad, je hoofd en je gezicht zijn uiteindelijk wel de belangrijkste factoren die bepalen hoe mooi je bent. Maar goed, hier ging het natuurlijk niet om. Ik weet niet waarom wel precies; misschien was het wel, dat niet iedereen hetzelfde denkt over schoonheid. Maar ik ga er eigenlijk vanuit dat de gemiddelde journalist wel iets originelers te melden heeft. Daarom verwacht ik, dat de strekking van de tekst zal zijn geweest, dat je je zelfbeeld uitstraalt en zodoende ook bepaalt hoe anderen je zien. En dat is mooi meegenomen! Ik vind het altijd zo zonde als mensen negatief over zichzelf denken. Niet doen! Je kunt beter aan de dingen denken die je wél mooi aan jezelf vindt. Of je daar nou daadwerkelijk mooier van wordt, laat ik in het midden. Maar in ieder geval word je daar zelf vrolijker van.
Dus ook al zit het alleen maar tussen mijn oren: ik heb voorlopig toch weer een goede reden om me lekker mooi te voelen.
Ik weet nog alles van die dag Als het tenminste één dag was Want dit verhaal speelt zich af Buiten de tijd Ik herinner me je lach Als het tenminste een lach was Want je grimas gleed eraf Ik was je kwijt Je was weg En het leek net Alsof je nooit bestaan had Heb ik jou dan zelf bedacht?
Jij was toen, jij bent nu Je zit in een luchtbel Jij was daar en jij bent hier En die luchtbel zweeft ver weg Maar houdt je levend
Ik zie nog steeds het lege glas Als het tenminste één glas was Want alle drank reken je af Buiten de tijd Ik herinner me een grap Als het tenminste een grap was Want het gelach gleed eraf Ik was je kwijt Je bent weg Soms is het net Alsof ik nooit bestaan heb Heb je mij dan zelf bedacht?
Ik was toen, ik ben nu Ik zit in een luchtbel Ik was daar en ik ben hier En die luchtbel zweeft ver weg Maar houdt ons levend
Vrijdag op weg. Stress! Een enge man en fiets in de trein. Wachten tot het droog is en dan kan de vakantie beginnen!
Zaterdag waternavel. De eerste die me steeds te binnen schiet. Maar ik heb er meer onthouden, hoor! Gebiedje, plantje én een bruid. Buien en dan snel weer fietsen. Voor de boswachter het ziet het bos in en scoren maar. Maar wel op tijd terug voor het eten.
Zondag hard fietsen! De Dinkel, kreeftloos. Wel een rivierdonderpad. Een meertje en dan eindelijk: veen. Weg van dat pad! Pollen en verzwikkende enkels. Pollen, en AAH! een ree. Pollen. Adder. Pollen. Midden in de beenbreek zitten en dan opeens een jager in een hut die morsecode seint. Wegwezen! Pollen, auw. En nog veel harder fietsen.
Maandag bonte dag. Nee, schransdag. Op naar de Lidl! Chips, koek, snoep, komkommer, fruit, twee liter frisdrank. Verkeerd fietsen naar de recreatieplas maar dan: schranzen maar! En ondertussen een kampkrant maken. Musical. Lekker eten, bonte avond en te laat naar het lekke matje.
Dinsdag opruimen. In beerputten schrijven. En dan snel naar huis. Iets te snel misschien, maargoed: mensen op de dijk bij Lent! Helemaal vergeten, vierdaagse! En thuis natuurlijk op mijn weblog kijken.
Ik ben niet snel boos. Maar het leven sputtert mij wat tegen. De dagen willen snel weer korter zijn en ik kan er ook niks aan doen dat er in de trein meer te zien valt dan tussen mij bekenden. Ik wil teveel, misschien.
Soms durf ik me niet aardig meer te voelen. Gelukkig is er morgen weer een dag.
Er bestaan nog woorden waar ik niet bang voor ben. Waarom praten we niet in brieven, dan kon ik de gevaarlijke omzeilen. En de mensen die me soms wat irriteren, al zijn er dat niet veel. Jongens…
Als je niet weet wat je ergens mee aanmoet, kun je het dan het beste links laten liggen? En als je beter kunt zijn, moet je dan toch even goed doen? Ik wil te veel.
Ik hoop dat ik kan leren kleuren met muziek, zoals de wolken wit zijn uit blauw, rood, en groen, en de zonsondergang. En het liefst ga ik het zwart van de piano mengen met het goudkleurige van een saxofoon.
’s Nachts luister ik naar de stuiterende stilte en de treinen over wissels tussen mijn raam en het kozijn om naar binnen te komen. Soms lig ik op mijn rug met opgetrokken knieën en mijn armen boven mijn hoofd. Ik mis je wel een beetje misschien.