Mijn eerste college algemene fysiologie. Ik vind het vanaf het begin een bijzonder vak. Een mooi vak, maar er vielen me dit eerste college ook al twee dingen op. En die brachten me meteen bij misschien wel de meest fundamentele vraag van het leven.
Ten eerste was de docent duidelijk gefascineerd door de microbiologie en hij hield niet op te zeggen dat we moesten komen promoveren op zijn vak. Hij haalde daarvoor een aantal argumenten aan, waarbij me de volgende opviel: volgens hem kun je in het tijdsbestek van een promotie de evolutie van bacteriën zien geschieden.
Het is simpel. Neem een bacterie. Kweek hem op en splits de kolonie in tweeën. Vervolgens zet je beide helften onder verschillende condities. Na slechts een paar jaar heb je twee verschillende bacteriekolonies.
Ik geloof hem op zijn woord. Maar begrijpen doe ik het niet.
Als dit waar is, waarom is dit dan niet allang breed uitgemeten in de samenleving? Waarom zijn er dan nog steeds zoveel mensen die de evolutie stellig ontkennen? En mijn grootste vraag: waarom zóu je de evolutie eigenlijk ontkennen?
Daar kwam even later nog bij, dat ik plotseling de enorme nutteloosheid van het leven inzag. Op cellulair niveau betekent het leven niet veel meer dan het maken van eiwitten uit genen, zodat deze eiwitten er met stoffen van buiten de cel voor kunnen zorgen, dat er weer genen worden opgebouwd.
Dit cirkeltje is kleiner dan ik me ooit had kunnen indenken. Is dit dan echt alles? Ik vrees dat mijn antwoord hierop moet zijn: ja.
Dit is alles. En je maakt mij niet wijs dat er iemand als een god bestaat, die van zoiets onbenulligs zoiets ingewikkelds als het leven heeft gemaakt. Een god zou iets zinnigs nemen. En hij zou het eenvoudig laten.
Het is de evolutie die moest beginnen bij iets wat zo klein mogelijk was. En ik vraag me alsmaar meer af, waarom die evolutie dan ontkend moet worden.
’t Durp is stil ’t liekt verloate
’t rimpelt in ’t oavendlicht
hugstes ’n paar minse proate
deure dreie langzaam dicht
’t Durp is muuj ’t is verslaage
’t durp dat verloer vandaag
verloer mier dan ’t kos verdraage
’t waas teveul, wat ’t zaag
Heej stong midde in ’t leave
alles wat ‘ie zei en doch
doar ging genne weg an neave
heej haj an twieje wurd genog
’t Durp woar ‘ie waas geboare
dat bouwde ‘ie met elke stien
dat durp het vandaag verloare
’t durp is vandaag allien
Vur iederien din os is veurgegoan
vur iederien din alles het gegeave
Enne gojje mins blieft altied leave
’n Leave lang de moeiste kleure
gerimpeld in ’t oavendlicht
dat bield dat kos vur ieuwig deure
de zon, de wind in zien gezicht
’t Durp mot opnij beginne
’t wil allien mar troest en tied
’t durp blieft vurleupig binne
’t durp is zichzelf kwiet
Vur iederien din os is veurgegoan
vur iederien din alles het gegeave
Enne gojje mins blieft altied leave
(Jack Poels – Rowwen Hèze, ’t Beste van 2 Werelden, 1999)
‘Waar kom jij nu weer vandaan?’
‘Uit m’n broodtrommel, nou goed!?’
‘De tijd voor grapjes is voorbij. Tien minuten om precies te zijn. Waarvandaan?’
‘Uit mijn bed natuurlijk.’
‘Is het dan echt zo moeilijk elke dag tien minuten eerder op te staan?’
‘Ja, want mijn wekker is dan nog niet afgelopen.’
‘Kom hier vooraan zitten.’
‘Maar dan krijg je in de gaten dat ik kauwgom in m’n mond heb.’
‘Gooi weg en kom zitten. Pak je spullen.’
‘Je hebt alwéér niet alles meegenomen.’
‘Dat weet ik. Je zou eens wat meer aan de mensen op deze wereld moeten denken, die helemaal niets hebben.’
‘En dan hoef je nog steeds niet altijd te laat te komen.’
‘Dacht je soms dat die mensen wel een klok hebben?’
Want Silhouetten in de Schemering is vandaag 2 jaar oud geworden!
Alleen hebben we de verjaardags-appeltaart stiekem al gisteren gebakken en opgegeten. Zonder kaarsjes. Volgend jaar beter? Ik krijg er nou al honger van :P
Nu ben ik benieuwd naar de statistieken. Silhouetten in de Schemering kent na 2 jaar 128 berichten (nu dus 129) en 1660 reacties. Dat is dus bijna 13 reacties per bericht!
En oh ja, kadootjes heb ik dit jaar helaas niet. Maar blijf vooral stemmen op de Schemering. :D
Ik zat in de zon,
de herfst,
tussen de koeien,
de gouden maisvelden.
Het wuivend riet
– ik zwaaide terug –
naar de treinen
die raasden
en hun hoornen lieten klinken
naar mijn hand
onder de okerblauwe lucht.
Soms zegt de hemel: “Ik zou willen dat ik rood was,” en fluisteren de vogels in de oren van de nacht. Een eiland wordt opnieuw ontdekt door de schepen van de wolken, die zingen als ze in de bomen hangen en de noten laten zitten. Soms worden deze bomen zwart en ruiken aan de kaarsen die doven omdat de wind niet meer keek naar de gevaartes in de zee. Het zout smaakt naar meer, en maakt tranen in de ogen van de levenden, die schreeuwen dat er niets meer over is en voelen dat de aarde leeg is voor hun handen.
Synthese van dibromo(dimethylglyoxime)dimethyl-glyoxomatocobalt(III).
Doe 3.00 g cobalt (II)bromidehydraat in 50 mL aceton. (3)
Zet de oplossing op een roerplaatje.
Voer 2,20 g dimethylglyoxime toe.
Laat een zachte luchtstroom over de oplossing gaan, zodat een groene vaste stof ontstaat.
Zet de oplossing na 30 min op ijs. (12)
Filtreer en was met 2x 15 mL koude aceton.
Verwachte opbrengst: 3,5-3,9 g (85-95%). (5)
Maak een IR-spectrum.
Synthese van bromo(4-tert-butylpyridine)cobaloxamine.
Los 3,5 g product op in 80 mL methanol.
Voeg 2,20 g 4-tert-butylpyridine toe.
Meng tot de groene vaste stof verandert in een bruine (20-30 min). (13)
Voeg roerend 125 mL water toe.
Koel 10 min in ijs.
Filtreer onder vacuüm en was 3x met 15 mL 2:1 water-methanoloplossing.
Was nog 2x met 10 mL diethylether.
Verwachte opbrengst: 3,5 g (89%).
Maak een IR- en NMR-spectrum. (15)
Synthese van ethyl(4-tert-butylpyridine)cobaloxime.
Doe 40 mL methanol in een 200-mL dubbelnekkolf.
Los 3 of 4 kaliumhydroxidepellets op. (6)
Voeg 1,5 g product toe.
Maak het mengsel homogeen en zet het in een ijs/zoutbad (-10 ºC).
Verwijder lucht met stikstof (ca. 10 min).
Voeg voorzichtig 0,15 g natriumboorhydride toe tegen stikstofflow, het mengsel wordt donkerblauw-groen. (7)
Roer 5 minuten en voeg tegen stikstofflow 0,50 mL ethyliodide toe.
Het mengsel wordt roodbruin, roer 20-30 minuten op ijs.
Voeg 5 mL aceton en 60 mL water toe.
Reduceer het volume tot 50 mL op een filmverdamper, een oranje stof slaat neer. (2)
Koel in een ijsbad, filtreer en was met water. (14)
Verwachte opbrengst: 1,0-1,2 g (73-88%).
Maak een IR- en NMR-spectrum.
Op deze manier heb ik de afgelopen twee dagen ethyl(4-tert-butylpyridine)cobaloxime gemaakt, een model voor vitamine B12. Ik heb dus zelf een deel van de vitamine B12-synthese uitgevoerd!
Ik kan vaak niet vergeten hoe de dag ooit mooi begon maar vals, en vol slechte ideeën. En in de verte is er nog steeds de schemering met vele veinzende gezichten. Vanaf toen zijn vragen uitgeveegd over hoe de zon een ochtend kon verlichten. Ik vocht en de kleuren werden vaal en vaag, maar ook vandaag is me de dageraad ontgaan.
Toen alle vrouwen achter hun donkere deuren waren verdwenen, stond ik pas op. De avond viel door de ramen maar brak niets.
De gestalte op de grond scheen niet meer te bewegen. Ik pakte hem op. Van de man die daarnet onder dertien vuurspuwende blikken op de marmeren vloer viel, resteerde slechts een gedeukte helm. Achter het vizier leken echter twee ogen te blinken. Ik ging weer zitten op de donkergroene tegels die alle warmte uit mijn lichaam zogen. De onderkant van de helm was vreemd. Niet open, niet dicht, het leek slechts alle licht uit mijn ogen weg te nemen. Zou ik het durven aanraken?
Ik twijfelde. De vloek was sterker dan ooit en onherroepelijk geweest. Deze man was nooit meer te redden. Er restte slechts een ziel die nog een eeuwigheid zou moeten staren naar wat het roestige vizier hem toeliet. Hij zou beter dood zijn. Voorzichtig legde ik de helm terug op de grond. Hij lichtte op in een zachtgele gloed toen ik me concentreerde, en langzaam loste de vloer eronder op. De helm zakte traag in de bodem en ik keek toe hoe het doffe staal werd omsloten door smeltend marmer.
Er bleef een donkere plek achter waarop ik ging liggen. De warmte van het gebeurde deed me in slaap vallen, om de dag erop uit deze dromen te ontwaken.