Avondrood
Iets is zo erg als het lijkt.
Iets is zo erg als het lijkt.
Iets is onmogelijk.
Zo erg als het lijkt.
Leek.
12 juni
Het is inmiddels een tijdje geleden dat het hier echt over het platteland of over televisie ging. Daar wil ik toch even verandering in brengen.
Er is namelijk een serie op televisie, die bijna niet plattelandser kan. Maar toch is hij erg bij de tijd, moet ik zeggen.
Van Jonge Leu en Oale Groond beschrijft de gebeurtenissen rondom een kennissenkring in een Twents dorp. En die zijn behoorlijk spannend. Jammergenoeg is het eerste seizoen al half om, maar toch nog bijna 15 afleveringen te gaan, echt een aanrader!
Iedere werkdag om 18:40 of 18:45 u op Nederland 2.
zoals mijn schoolboeken.
Ik wil niet constant de herinnering zien:
dat ik ze nooit meer nodig ga hebben.
Ja, lach me maar uit.
Doe maar.
Ik snap heus wel dat het niet als leedvermaak bedoeld is,
omdat je gewoon niet kan geloven dat ik het meen.
Desalniettemin,
het blijft voor mij wel als leedvermaak voelen.
Sadist.
Ik meen het. De schoolboeken liggen in de weg
maar ik ga ze niet opruimen.
Want dan is het pas echt definitief:
Afgedankt.
Ik wil ze niet afdanken. Ik wil er nog veel meer uit leren,
ook al ken ik ze eigenlijk al helemaal.
Dan leer ik maar tussen de regels uit.
Hoera, we hebben een hoofdstuk overgeslagen.
Vergeten zelfs misschien.
Dautzenberg.
Hoofdstuk 16.
Wie wil met me leren?
Benvolio:
Goede morgen, neef.
Romeo:
Is het nog maar zo vroeg?
Benvolio:
Het slaat net negen.
Romeo:
Smart duurt lang genoeg.
Was dat mijn vader, die zo snel verdween?
Benvolio:
Ja, Romeo. Welk leed rekt jouw uren zo?
Romeo:
Dat ik niet heb wat ze verkorten zou.
Benvolio:
Verliefd?
Romeo:
Verre van.
Benvolio:
Verre van verliefd?
Romeo:
Ver van de gunst van haar die ik bemin.
Benvolio:
Ach, dat de liefdegod, zo zacht in schijn,
in de praktijk zo hard en wreed moet zijn!
Romeo:
Ach, dat de liefdegod, blind, naar men zegt,
toch wegen ziet en ons zijn wil oplegt!
Waar eten wij? Wat was hier voor ’n gevecht?
Zeg toch maar niets, ik heb alles al gehoord.
Veel meer dan haat, schudt liefde ons door elkaar.
Waarom, twistzieke liefde, en liefste haat,
O, chaos uit het eerst geschapen niets.
Gewichtige lichtheid, zware ledigheid,
wanstaltige chaos van schoonschijne vorm.
Een veer van lood, lichtrook, koud vuur, kracht krank,
steeds wakkere slaap, die niet is wat hij is,
onwezenlijke slaap, rust vol gewoel.
Die liefde voel ik, maar ik baal van dat gevoel.
Lach je nou niet?
Benvolio:
Het zijn eerder tranen, neef.
Romeo:
Maar man, waarom?
Benvolio:
Om jouw gevoel van smart.
Romeo:
De liefde is nu eenmaal hard.
Mijn eigen leed drukt zwaar op mijn gemoed,
met meer van jouw erbij wordt het gevoed,
vermeert het zich. Jij toont je een echte vriend,
wat mijn groots leed slechts tot vermeerdering dient.
Liefde is een nevel door de min verzucht;
gezuiverd, het fonkelen dat het oog ontvlucht;
gekweld, een zee met minnetraan gevuld;
En wat nog meer? Verdwazing bij verstand,
verstikkend bitter, heilend zoet verband.
Vaarwel nu, neef.
Gezocht: stevige schouder.
Liefst nieuw, tweedehands mag ook. Als hij me maar begrijpt want ik begrijp het zelf niet eens meer. En ik wil hem houden want alles gaat al van me weg – zoals je kikkers ook maar even vast kunt houden. Ik wil een egel, die blijft wel zitten.
Pijn doet me niets zolang het mijn hart maar niet is en mijn ziel die langzaam af wil sterven. Is er iets om alle troep op uit te huilen?
Ik wil dat praten helpt maar het helpt niet. Praten is bijna onbestaand geworden in deze wereld waar iedereen maar aan de oppervlakte drijft, ja, spreken kennen we maar waar is praten gebleven? Ik zoek haar vaak maar ze is en blijft onvindbaar, nergens, in geen hoekje, in geen kuiltje, in geen holletje, in helemaal niets behalve achter deze lelijke typmachine want typen kan helaas altijd, ja alles kan met een toetsenbord omdat –
Het leven is bijna onpersoonlijk.
Snap dan toch dat polka’s alleen maar pijn doen. Achteraf.
Opeens wist ik het zeker: ik hoorde in de hel. Mits er zoiets als een onderscheid tussen hel en hemel bestond, moest ik mijn leven bezingen en beklagen in het oneindig vuur.
Wat moest ik immers in de hemel, tussen schijnheiligen en door gebeden vergevenen, temidden van de zonde die zijn oorsprong nooit zou kennen en waaraan zo ook een einde niet zou komen?
Liever koos ik, mijn zonden boete te doen, elke, één voor één, hoe klein ook, met de mooiste straf: zien zou ik ze, begrijpen, en voorgoed zou ik ze in het verleden leggen. Ik weigerde zo laf te zijn me mijn fouten kwijtgescholden te zien worden.
Elke straf deed onder voor het besef en de snijdende spijt, maar het gebed bovenal. Een woord tot god bleek geen bron voor inzicht en schuldgevoelens. Sterker nog: het maakte elke zonde tot een gemakkelijke prooi.
Daar gaf ik niet aan toe. Als het leven een vervolg kende, wilde ik beter worden, van mijn fouten leren.
Ik hoorde in de hel. En mocht hij niet bestaan, dan zou ik hem creëren.
15 mei
Mijn klok doet het niet dus het is tijd om iets nieuws te schrijven. Morgen de eerste examens en eigenlijk zou ik beter wiskunde leren, maar ach, nee, nu moet ik eerst schrijven.
Het is best spannend. Ondanks alles. Het lijkt dat ik verkouden word; laat ik hopen van niet.
Als we het toch over klokken hebben: ik ben bang voor de tijd. Drie uur, het is lang. Maar niet voor de lading wiskunde-opgaven die we gaan krijgen, ik ga vast fouten maken in mijn haast, waardoor het alleen maar langer duurt.
Nouja. Omdat ik de laatste weken toch niet in staat ben me echt zorgen te maken: we zien wel. De tijd zal het leren.
Birds and butterflies
Rivers and mountains she creates
But you’ll never know
The next move she’ll make
You can try
But it is useless to ask why
Cannot control her
She goes her own way
She rules until the end of time
She gives and she takes
She rules until the end of time
She goes her way
With every breath
And all the choices that we make
We are only passing through on her way
I find my strength
Believing that her soul lives on
Until the end of time
I’ll carry them with me
She rules until the end of time
She gives and she takes
She rules until the end of time
She goes her way
Once you will know my dear
You don’t have to fear
A new beginning
Always starts at the end
Once you will know my dear
You don’t have to fear
Until the end of time
She goes her way
She rules until the end of time
She gives and she takes
She rules until the end of time
Until the end of time
Until the end of time
She goes her way
(Within Temptation)
Sigaretten zwaaien naar hun eigenaars. Zo vriendelijk, dat de verleiding toch weer te groot blijkt.
In een hoekje rammelt de gokkast
van het laatste geld van een verdwaalde clochard.
Buiten schijnt de zon in een misselijkmakende kleur: hij maakt de mensen zo rood, die denken erbij te horen.
Dampende snacks verdwijnen in vettige monden om hun weg te vinden naar de weefsels onder alle roodbruine huiden om me heen.
Het bier schuimt harder dan de zee.
Ik vraag me af of al die mensen, met hun zon en drank, gelukkiger zijn dan ik, al heb ik alleen
het uitzicht over de oceaan.