Er is niets meer te zeggen. Alles is besproken, alles is duidelijk. Voor alles is een verklaring. Maar wat doet dat er eigenlijk toe, aangezien het hoe dan ook niet meer omgekeerd kan?
De tijd die verstrijkt verandert daar niets aan.
Ik wil er niet meer aan denken. Maar soms denk ik er toch aan. Dan zie ik het weer voor me en word ik er misselijk van. Jij met haar. Ik weet precies hoe je zo stom kon zijn en toch is het niet te bevatten. Niet te bevatten hoe het ingaat tegen alles waar ik voor sta en het nu desondanks deel uitmaakt van mijn leven. Niet te bevatten hoe diep die pijn nog zit.
Ik wil er niet meer aan denken en alles is al zo vaak besproken. Maar toch, zeg toch nog maar een keer sorry, alsjeblieft.
Niets meer dan dit lied trekt mijn gedachten terug naar de tent.
Meestal, als ik die stem hoor en die accordeon, de trompet, dan waan ik mezelf op het Limburgse platteland. De velden, het groen, de dorpjes, bruine kroegen, de doodgewone huizen met hun mensen. De gastvrijheid en gezelligheid. Een reis door de tijd van pakweg 1960 tot hier.
Maar Gebrouwe in Limburg is niets van al die fantasie, het is één en al herinnering. Dan heb ik diezelfde kleren weer aan en sta op het podium en zing, met de accordeons, de gitaren, de fanfares, de zes mannen, honderden muzikanten om me heen. Dan geniet ik opnieuw van een heel bijzondere dag, een dag waarop ook nog eens zo veel mensen kwamen kijken speciaal voor ons. Allemaal even enthousiast. In een enorme tent op een veld, een plek die maar één week per jaar bestaat en toch zo muf is als een oud café. Omdat er geleefd wordt. Een hele fijne plek.
Wat me als eerste opvalt is dat haar broek een schril contrast vormt met de nette jurk van de Belgische dame. Daardoor heb ik het introducerende woordje dus al half gemist. Wanneer was zoiets voor het laatst in de mode?
Als ze het woord overneemt en een paar passen zet besef ik dat iets als dat helemaal nooit in de mode is geweest. Die broek is echt veel te wijd en vormeloos. Ballonbroek noemden we dat op de middelbare school, maar daar wist de betreffende docente ze tenminste nog met enige flair te dragen.
Deze vrouw niet. Deze vrouw mist duidelijk enige vorm van smaak. Haar grijze warrige kapsel stamt nog uit de jaren ’80, haar schoenen zijn de meest degelijke ooit en haar kleren… Ze lijken nog het meest op een clownspak, al zijn ze zwart. Dat jasje met die veel te grote knopen, grijsgeruite kraag en punten aan de onderkant is bij nader inzien minstens net zo erg als de broek. En het geheel maakt haar schouders veel te smal en haar kont veel te dik. Hoe kom je in godsnaam op het idee om zoiets aan te trekken naar een symposium?
Ik kijk naar haar gezicht dat maar praat en praat. Eigenlijk heeft ze een vrij normale uitdrukking. Ik probeer me een fatsoenlijk kapsel bij haar in te beelden en kom tot de conclusie dat ze er uit zou kunnen zien als een stijlvolle dame. Als ze enig idee gehad zou hebben hoe zoiets in zijn werk gaat.
Dit is nog maar een greep van wat er in de eerste tien minuten van haar lezing door me heen ging. Toen ik besefte dat ik al een hele tijd niet zat te luisteren probeerde ik mijn aandacht te vestigen op de slides en haar stem, maar als je het begin al gemist hebt is dat kansloos. Bovendien werden mijn ogen constant teruggetrokken naar die uiterste miskleum van een verschijning. Concluderend heb ik maar één ding geleerd van deze lezing: zorg dat je er fatsoenlijk uitziet als je wilt dat mensen iets meekrijgen van je presentatie.
Zo veel frustratie in één persoon. Nooit eerder zoiets gezien. Iedereen is tegen haar, ze weet het zeker. Wat is er toch gebeurd, wat heeft zij meegemaakt, waarom maakt ze het zelf altijd alleen maar erger door er met die overtuiging tegenin te gaan?
Woedend en in de war. Ze ziet geen oplossingen meer. En die zijn er ook niet op de weg die zij bewandelt.
“Maar geeft niet.”
Maar geeft niet, maar geeft niet. Hoe vaak heeft ze dat nu al gezegd met de tranen in haar ogen? Steeds begint ze weer opnieuw met haar relaas, en kijkt me vervolgens langer dan anders recht aan. Wachtend tot ik haar gelijk geef. Een zoektocht naar erkenning. Maar hoe kan ik ja knikken als de keuzes die ze maken wil alleen maar verder van het pad naar erkenning af zullen leiden? Waarom altijd zo veel wrok? Ik zou willen dat ik haar kon laten zien dat ze het totaal anders aan moet pakken. Ik zou willen dat ik haar kon laten voelen dat ze mij kan vertrouwen, net als zo veel anderen om haar heen. Dat we het goed bedoelen ook al maken we soms fouten, dat ze ergens moet durven beginnen daarin te geloven. Het zou zo veel veranderen.
Maar ik kan het niet. Hoe ik ook probeer, hoe ik ook wend of keer, ik weet niet hoe ik het brengen moet. Er is geen manier om dicht genoeg bij haar te komen, want als er iets is wat ze heeft geleerd, is het haar hoop op veiligheid verborgen houden voor alles wat leeft.
Afgelopen zondag hebben we de passie opnieuw uitgevoerd. Opnieuw net iets anders dan in voorgaande jaren.
Jezus is in de stad en predikt midden op het tempelplein een koninkrijk van vrede. Het volk omarmt hem en zingt, maar de priesters hebben een andere mening.
De toneelspelers spelen toneelspelers.
“Wow, dat was gaaf! Hoorde je ze meezingen? Maar jij ging er wel heel hard in, zeg. Wat dat nou nodig? Het leek wel of je het meende.”
“Dat doe ik ook. Ik krijg de kriebels van die idealisten en dromers. Die maken de boel alleen maar gevaarlijker.”
“Nou, ik vond het vreselijk. Zo op hem in te moeten hakken. En ik werd het juist steeds meer met hem eens.
Ik doe het niet meer, ook. Ik kies wel een andere rol.”
“Ik snap je wel. Jezus is hier heel stoer. Lekker radicaal. Dat mag ik wel. Alleen jammer dat de wereld zo niet draait.”
“Kom op, zeg! Zo draait de wereld juist wel! Daar gaat het nou net om. Die visie, die hoop… Ik zou er heel wat voor over hebben…”
(Teksten: Hendrik Jan Bosman)
Toen ik dat hoorde besefte ik ineens wat Jezus voor ons betekend heeft. Voor ons allemaal, gelovig of niet. Een ommekeer. Het Christendom heeft ons onze vrijheid gebracht, onze ideologie. De durf om op te komen voor een rechtvaardige wereld.
Er zijn altijd mensen geweest die ons geloof in onze medemens kapot willen maken. En toch ging het steeds ietsje beter, als je bedenkt wat we in tweeduizend jaar tijd hebben bereikt. Zal het steeds ietsje beter blijven gaan. Want de wereld kan rechtvaardig zijn – als we maar allemaal begrijpen wat dat oplevert.
De stilte wordt pas duidelijk als je er weer bent. Je vrolijkheid, je onbevangenheid. Het is leeg hier zonder, niet minder mooi, maar toch zo veel kaler. Kon ik je maar langer houden hier. Je ogen, je lach. Jij, gewoon jij, en al die dingetjes die er zonder jou ook niet zijn. Een gek muziekje in de ochtend, de geur van koffie, je warmte. Alleen al het gevoel van veiligheid, nog voordat je me op wat voor manier dan ook geholpen hebt. Dat ik gewoon slaap, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Al je weg bent wordt het weer stil en als het stil wordt komt de herrie weer. De herrie in mijn hoofd. Kan ik het wel?
Klinkt dat niet heerlijk? Ik heb zo’n zin in de avond. Ik zit op het lab, 17:53, te wachten op een eiwitgel. Meer dan vijf jaar geleden dat ik dat had gedaan, en ik moest het wiel opnieuw uitvinden, maar hij loopt, ook al meer dan 24 uur later dan gedacht.*
Als hij uit kan, dan houd ik er mee op. De rest kan wachten tot na het weekend. Ik heb nog andere zorgen, bijvoorbeeld: wat eet ik? Het valt niet mee als je jezelf hebt opgedragen een vastenperiode lang zo goed als veganist door het leven te gaan. Maar stiekem ontdek ik zo veel lekkere gerechten. Voor vanavond: pasta pesto** met erwten en broccoli. Nog nooit geprobeerd, maar het kan bijna niet anders dan heerlijk zijn is mijn ervaring met veganistisch tot nu toe. Zeker op deze hongerige maag.
*Op maandag bleek dat ik iets verkeerd had gedaan en hij bepaald niet zo mooi had gelopen als het leek. Kon ik weer opnieuw beginnen. Daar heb ik dan vijf kwartier op zitten wachten terwijl mijn weekend al begonnen was.
**Voor de oplettenden onder ons: inderdaad, pesto is niet veganistisch, want er zit kaas in. Ik heb dus geïmproviseerd met pijnboompitten, olijfolie en basilicum. En het was lekker!
Het is koud. En dat was precies de bedoeling. Met dit weer denkt er niemand aan om de hele dag buiten te zijn.
Behalve Naomi en ik. De bevroren tenen warmen een beetje op in de zon. En dan kan het beginnen. Een hele dag Efteling zonder wachttijden, het park lijkt wel van ons.
Het heeft ook nadelen. Het lijkt bijna of er iets ontbreekt nu we de wachtrijen en de bijbehorende muziek steeds overslaan, alsof het park anders is dan anders. En dan het samen misselijk worden omdat we de kans om in de achtbaan te blijven zitten steeds niet kunnen laten liggen.
Wat een dag. Prikkende ogen bij het naar huis gaan en nog drie dagen spierpijn in de kuiten. En het was het zo waard om gewoon weer eens ouderwets mijn boekje te buiten te gaan wat betreft achtbanen. En snoep.