Ik wandel door de moestuin van mijn vader. Zo’n fijne plek. Zo groen, zo groot en zo veel om je op te verheugen. Dahlia’s in alle kleuren, bessen om van te snoepen en pruimen zoals je ze nog nooit geproefd hebt.
De peulen staan weer op dezelfde plek als twee jaar geleden, en weer zijn mijn ouders ver weg, ben ik hier in mijn eentje. Twee jaar geleden plukte ik ze elke dag, die peulen. Het was de zomer die alles veranderde. Er zijn zo veel herinneringen, en zeker als ik in deze tuin sta. Mooie herinneringen, veelbelovende herinneringen, maar ook doen ze pijn.
Dat is de pijn die overblijft. Al kan ik weer lachen, weer zingen en fluiten, ik zal nooit meer helemaal dezelfde worden. Ik zal nooit vergeten hoe makkelijk het blijkbaar kan zijn om iemand tot in het diepst van zijn ziel te kwetsen, ook al heeft diegene het op geen enkele manier verdiend. Ook al was het allemaal zo goed bedoeld. Het gevoel verraden te zijn, dat is het gevoel dat niet zomaar verdwijnt.
Maar in deze tuin schijnt de zon, in deze tuin ruikt het heerlijk, er is genoeg om het verdriet te laten gaan. In deze tuin wil ik je een knuffel geven om te voelen dat je me geen pijn wilt doen. Ik mis je. Maar die knuffel krijg ik binnenkort, een knuffel en een zoen.
Het is net of deze stem en deze noten helemaal niet bij Rowwen Hèze horen. Het is net of deze muziek uit een totaal andere tijd komt, een andere dimensie. Een dimensie waar Rowwen Hèze geen feestje is, maar het me in alle hevigheid herinnert aan de meest verschrikkelijke periode uit mijn leven. Aan de depressie, de angst, de seconden die me in hun greep hadden toen ik nog niet eens wist wat er was gebeurd, laat staan wat er zou komen.
Ik was vergeten dat de muziek dit deed. De tranen rollen over mijn wangen. De nummers die me toen hoop gaven herinneren me er nu aan hoe verraden ik ben, hoe verraden ik al was toen ik nog dacht dat het goed zou komen. Hoe makkelijk het blijkbaar kan zijn om mijn vertrouwen te krijgen terwijl het al gebroken is, zonder dat ik het in de gaten heb.
En hoe het nooit meer wordt als toen, hoe veel pijn ik ook had: toen leek het leven op zijn minst nog eerlijk. Toen leek mijn relatie op zijn minst nog eerlijk. Maar dat was hij niet, toen al niet. Nooit geweest, en gedane zaken nemen geen keer.
Overal waar je kijkt,
komt er geen eind aan het donker
Overal waar je loopt,
zakken je voeten steeds dieper en dieper weg,
in de grond
Alles verandert een keer,
niemand blijft altijd dezelfde
Alles wat hier nu gebeurt
drijft vroeg of later
steeds verder en verder weg,
naar de zee
Geef,
Geef de moed niet op
Al stijgt het water snel en
geef,
Geef de moed niet op
Al lijkt de nacht zo lang
Overal om je heen
komt er geen eind aan het donker,
alles raakt kwijt in de storm,
maar wie alles verliest vindt zichzelf op een dag weer terug
als een mens
Geef,
geef de moed niet op
al stijgt het water snel en onverwacht
al lijkt de nacht zo lang,
geef niet op
Geef,
geef de moed niet op,
de storm gaat ooit eens liggen
Dit is wat je maakt
tot wie je bent,
geef niet op,
geef niet op,
geef niet op
De storm gaat ooit eens liggen
De regen slaat tegen de ruiten,
en van binnen stormt het net zo hard als buiten
Maar geef,
geef de moed niet op
al stijgt het water snel en onverwacht
al lijkt de nacht zo lang,
geef niet op
Geef,
geef de moed niet op,
de storm gaat ooit eens liggen
Dit is wat je maakt
tot wie je bent,
geef niet op,
geef niet op,
geef niet op
De storm gaat ooit eens liggen
Het maakt eigenlijk niet uit wat ik hier opschrijf. Het is namelijk augustus, en dat betekent dat er geen hond op mijn weblog kijkt. Vandaar dat ik nog even achter de vissen aan gezeten heb, maar die wilden ook niet. Ik heb ook helemaal geen vissen trouwens. Enfin, het is toch wel jammer. Ik houd zelf namelijk erg van spruitjes; en wie weet de overbuurman ook. Eigenlijk best wel zonde dat er in weblogland geen buren bestaan. Buren, daar kun je altijd nog tegenaan kletsen, en bij virtuele buren hoef je niet bang te zijn dat je nat wordt. Aangezien mijn real-life-buurvrouw achter me bijna over de schutting staat te sproeien. Buiten zitten is best fijn, maar binnen zitten ook.
Nou, je ziet het: mocht iemand zich bij de titel afgevraagd hebben wat het verband is tussen deze drie dingen dan is het antwoord geen. Ach, ik vergeet natuurlijk ook niet om nu het nog kan de zomer te vieren. Dus. Geniet ervan hè!
Mijn vriend wil graag kinderen. Ik niet, of tenminste, eigenlijk heb ik er nooit specifiek iets op tegen gehad, maar het toekomstbeeld dat ik ooit had met hem en misschien wel kinderen heeft hij tot een hoofdpijndossier gemaakt door mijn vertrouwen te schaden.
Waarom zou ik kinderen op een wereld zetten die blijkbaar zo ziek en onrechtvaardig is? Waarom zou ik kinderen willen met iemand die ik niet meer voor honderd procent vertrouw, tot achter de komma? Nee, echt, als dit de toekomst is van mijn kinderen dan zoeken jullie het maar lekker uit met zijn allen, dan sterf ik liever zonder de zorg dat mijn kinderen of kleinkinderen zo teleurgesteld zullen raken in het leven als ik.
En zo zien we hoe de evolutie dan uiteindelijk toch zijn grenzen kent. Natuurlijke selectie is een krachtig middel, maar houdt de onrechtvaardigheid in de wereld in stand omdat degenen die hun best doen een rechtvaardige wereld te creëren nogal eens moedeloos worden hier. Dat is gelukkig niet het probleem van wie besluit zich niet voort te planten. Succes doei.
Zorg goed voor jezelf, zeggen ze.
Dus dat doe ik. Alle rode plekken smeer ik elk uur geduldig in met geurende crème. Dan heb ik wat te doen. Dan lijkt er tenminste iemand te zijn die me liefheeft.
Tot er niets meer van te zien is. Tot mijn huid weer gaaf en mooi is en ik ondanks dat nog steeds alleen. Dan begint het weer opnieuw, dan word ik weer gek van eenzaamheid en zet ik ik mijn tanden weer in mijn armen, benen, handen, mijn nagels in mijn schouders, in mijn buik, tot ik uitgeput ben van het verdriet en de pijn. En staar ik tenslotte gedesillusioneerd naar de diepe afdrukken.
Weer niemand die me komt helpen. Weer niemand die voordat het te laat was zei: doe het niet. Weer niemand die mijn wonden zachtjes verzorgt. De pot met crème is mijn enige troost.
Zorg goed voor jezelf, dat is alles wat ze zeggen. Dus dat doe ik. Maar dan moet er wel iets zijn om voor te zorgen.
Ik wil de tijd terugdraaien. Laat me alsjeblieft de tijd terugdraaien.
Maar een mogelijkheid om alles opnieuw te doen krijg ik niet. De klok hangt voor me, anders wel achter me en ik kan ze allemaal op het haardvuur gooien, maar niets is minder waar. De tijd door mijn vingers geglipt. De jaren die zo mooi hadden moeten zijn, ze waren een bende. Zo veel kansen verloren laten gaan. Mijn leven stilgestaan, terwijl de wereld verder ging. En het ergste is: het wordt nooit meer zoals toen.
Door jou, allemaal door jou. Omdat de man die ik ontmoette niet bestaat. Omdat de man die ik ontmoette een waanbeeld was, je eigen waanbeeld. Troost me dan zoals toen, als je durft. Ik zou willen dat ik je stem nog zachtjes kon voelen brommen, tegen mijn lichaam aan. Ik zou willen dat je de problemen nog weglachen kon zoals die eerste keren, mij het gevoel gevend: het is goed zo. Hier ben je veilig.
Maar je kunt het niet meer. Hoe goed het ook bedoeld was, de woorden waarmee jij me troostte waren een illusie, je kon jezelf niet eens troosten met die shit. Het enige wat jij tegen jezelf wist te zeggen was dat het hoorde zo.
Het hoorde niet zo. In jouw wereld was niemand veilig. Je wist niet beter, maar toch had je mij daar nooit in mogen betrekken.
Sinds ik weet van jou
met haar…
terwijl ik…
weet ik waar
aan je dacht
het laat me niet meer los,
dat beeld
als je naar me lacht
me streelt
me kust,
zo zacht,
dan denk ik aan die nacht.