Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik weet niet hoe ik had geheten als ik een jongetje was geweest. En dat betekent niet dat mijn ouders daar nooit over hebben nagedacht. Ik herinner me dat ze een keer een poging hebben gedaan het mij te vertellen. Maar ze wisten het zelf nog maar half.
Het kwam er in ieder geval op neer dat de betreffende jongensnaam net zo belachelijk onlogisch is als Esra, en niemand hem dus kan onthouden.
Daar ging het waarschijnlijk al mis met mij.
Ik ben gewoon voorbestemd om een rare te zijn. Als je mij zou moeten omschrijven zou je wellicht beginnen met oprecht, intelligent, creatief, voorzichtig… Maar dan kom je er toch echt niet meer onderuit dat ik overdreven vrolijk en eigenlijk gewoon zo gek als een deur ben.
Anders dan anderen, het blijft niet beperkt tot een blij aapje met een enorme mimiek. Ik, koukleum, houd van de winter – niet meer dan van de andere seizoenen want ze hebben allemaal hun charmes, maar toch, ik houd van de winter. Ik, bierhater, heb als kleuter in één keer een glas bier achterover getikt; ik geloof niet dat ik later in mijn leven nog ooit zo snel een biertje naar binnen heb gekregen. En desondanks houd ik van de geur van bier. Liefst de geur van uitgedroogd, in de vloer getrokken bier, met een vleugje sigarettenrook er doorheen. Het doet me denken aan feest. En feest is fijn. Zo veel herinneringen.
Ook als schrijfster val ik uit de toon want ik lees geen boeken en kijk geen films. Oké, dat is niet helemaal waar, ik kijk heel af en toe een film. Maar als ik moest kiezen zou ik eigenlijk liever een boek lezen. Vraag me niet naar het waarom van dit geheel. Daar gaat het niet om – er is iets veel belangrijkers in mijn leven en dat is muziek. Ook al stond ik ook op dat gebied in eerste instantie niet vooraan in de rij, want toen iedereen allang fan was van de Spice Girls had ik nog geen flauw idee hoe je een cd in een cd-speler stopt. Inmiddels weet ik dat wel, zo goed zelfs dat ik te lui ben om uit te vogelen hoe iTunes werkt. Downloaden is voor mietjes. Ik wil keiharde cd’s en boekjes waar ik doorheen kan bladeren.
Enfin. Ik hoef niet te vertellen wat mijn favoriete muziek danwel artiest is. Het heeft iets met accordeons te maken. En dat vind ik dan ook zo belangrijk dat ik gerust durf te zeggen dat ik over tien jaar accordeon speel. Over de rest van mijn toekomst durf ik nog geen uitspraken te doen (behalve dat het zeer waarschijnlijk is dat ik over tien jaar 34 ben), maar dát is belangrijk. Ondanks dat er heel veel mensen bij hoog en laag beweren dat accordeon een lelijk instrument is. Ik vind van niet. En als je me niet gelooft moet je misschien “Och, megje toch” eens luisteren. Zo klein, vooral het accordeonspel. Zo mooi. En zo waar, zo op mij van toepassing. Ik huil er steeds van.
Mocht je je overigens afvragen waar dit eigenlijk naartoe gaat: nergens heen. Het enige is, dat ik nu stiekem alle vragen van een tag van Naomi heb beantwoord. Sommige aspecten van tags vind ik namelijk niet passen op mijn weblog, dus doe ik het lekker op mijn eigen manier.
Ik weet het. Ik ben een rare.
Ik denk na en sorteer. Scheppen en zeven. Zevens en achten. Haken en ogen. Er ligt vananalles onder het zand, en ik heb het in mijn hand.
De twijfel laat ik achter me, de pijn bewaar ik in een doosje om later nog te weten hoe dat ging. En wat er tussen mijn vingers overblijft, dat is mijn pure liefde. Liefde maakt blind, maar dat durf ik niet aan, dus ik blijf graven en haal weg wat ik er aan onzuiverheid in vind.
Ik zoek het uit tot op de bodem, al is die nog zo ver weg, al stuit ik daar op het grootst verdriet. Zo diep wil ik voor jou gaan.
Ik had het moeilijk. Diezelfde pijn was me nu voor de tweede keer overvallen en ik wist niet hoe ik er mee om moest gaan. Was het dat ik eigenlijk niet van hem hield?
Hij kwam me opzoeken op de universiteit. Om rustig te zitten zochten we een plekje buiten. Het was een gure zomerdag en er was niemand te vinden rondom het gebouw. Met zijn tweeën op een bankje in het gras, stilletjes. Ik keek naar mijn schoenen, wist niet wat te zeggen. Zo dicht bij hem, en toch voelde ik niks behalve de herinnering aan de pijn van de vorige dag. Ik begon zachtjes te huilen.
Plotseling pakte hij me vast. Zijn armen om me heen. Ik huilde alleen maar en daar zaten we dan, de pijn die ik niet in woorden kon omschrijven in mijn hart, de kille wind in onze kleren en in ons haar.
Een enkele krokus in het gras. Niet ver van het perk waar ik er honderden zag. Maar deze is leuker, helemaal alleen. Lichtpaars, de mooiste zijn dat. Fier in het groen. Heel bijzonder, de eenzame boodschapper van een nieuw seizoen.
Zoals dat hoort. Ik glimlach, fietste in de tussentijd alweer kilometers door. Zo lang houdt hij me bezig, juist omdat hij daar zo onopvallend stond. Ik zag hem, want ik kijk altijd in het rond. Vooral in de lente is dat de moeite waard. Elke dag is anders, elke dag vertelt een verhaal.
Mijn welgemeende excuses. Het bloggen schiet er ernstig bij in de afgelopen tijd. Met name de afgelopen dagen. Ik heb maarliefst vier (!) opeenvolgende dagen niet geblogd. Dat kán toch niet, zul je nu zeggen. Inderdaad.
Nouja, het kan wel (klaarblijkelijk), maar het zou niet moeten. Absoluut.
Nu zou ik allerlei lamme excuses kunnen verzinnen. Dat jullie niet genoeg reageren om het leuk te houden. Dat is mijn eigen schuld, want steek ook nauwelijks nog tijd in jullie blogs. Dat ik een slaapgebrek heb. Klopt, maar als je niet kunt slapen kun je júist bloggen. Dat mijn vriendje me te veel bezig houdt is ook niet waar, want hij heeft helemáál geen slaapgebrek, dus als hij slaapt en ik niet… nuja, je snapt hem. Dat ik geen inspiratie heb. Zou een leugen zijn. Dat ik vanmorgen van mijn fiets gevallen ben. Dat is waar, ja echt, het was een heel stom ongeluk en ik ben heel zielig.
Maar het heeft er obviously niks mee te maken.
Dus sorry. Ik was jullie, en mezelf, gewoon een beetje, euh, hoe zal ik het zeggen… vergeten. Ja nee echt maar dat kan ik niet helpen, als je iets vergeet vergeet je het. Niet dat er dan een stemmetje tegen je zegt dat je iets vergeet. Nouja, jullie hebben ook vast wel eens dat dat stemmetje dat wél zegt, maar dat is gewoon dom van dat stemmetje, niks van waar, want op dat moment denk je er juist aan. Het stemmetje ontbrak dit keer bij mij. Helaas.
Tik, tik, tik, tik, tik, dat is het geluid van mijn nieuwe piano. Bijna klaar. Met schroefjes alles aan elkaar.
Ik kan haast niet wachten. Tot hij daar staat, alleen dat al.
En dat hij dan niet tik, tik, doet, maar prachtig klinkt. En dat ik dat dan ben. Hoor je al mijn stem?
Dat wat ik in me had, had ik er voor over.
Het gevecht voor jou veranderde in een gevecht voor mijn leven. Geen uitweg meer. Gewond, verlamd en op mijn knieën, maar ik kroop terug, won langzaamaan terrein, versloeg wie me vertelde dat wij niet samen konden zijn.
En ik vond je, sloot je in mijn armen, eindelijk. Eindelijk wij twee alleen zonder datgeen wat het ons niet gunde.
En toen, uit het niets, alsnog die mokerslag.
Eén klap, een dreunende pijn, alles werd zwart. Geluiden vielen weg, en meteen begon die jengelende pieptoon rond mijn oren te zeuren. De grond was hard.
Alsof ik nog niet genoeg had aan die eerste smak.
Had ik dan alsnog verloren? Toen ik bijkwam wist ik niets. En nog altijd niet, waar ben ik, waar zijn wij, zijn we vrijgebroken? Of is wat ik zo wazig zie de kerker van de ziel?
Het gaat niet om het bier en niet om het ongezonde eten. Het gaat er niet om mannen te versieren. Het gaat er niet per se om alles even te kunnen vergeten, ook al is dat een fijne bijkomstigheid.
En ook de gezelligheid is niet de voornaamste reden, evenmin als het feit dat ik erg van verkleden, originaliteit en frutsels houd.
Het is de muziek. En houd je lach nu even in. Ik bedoel niet een paard in de gang en al zeker niet “voor ik het wist zat ik al in d’r”. Ik bedoel de traditionele accordeon- en fanfaremuziek, liefst live. En als je weet waar je moet zoeken vind je die. Uren dansen kan ik erop, wat blijken vier dagen dan toch elke keer weer kort.
Vorig jaar schreef ik nog dat ik vast geen schoondochter zou worden.
En daar sta ik dan. Een schoondochter in carnavaleske outfit. Er is zo veel gebeurd, en er is zo veel anders, want wat betekent het nog, ‘geniet van ’t leave’, als je weet hoe het is om het einde van de tunnel niet te zien? Als het allemaal nog niet verwerkt is, als alles je op de één of andere manier terug doet denken?
En ik miste hem. Maar vanavond komt hij. En één ding is onveranderd: ik houd van dansen, zingen, lachen. Dus vanavond gaan we alles vergeten, zoals het hoort, en dat kan ik. Als ik maar bij hem ben.