Tags die geen tags zijn, dat zijn de leukste. Met dank aan Laura!
Het is niet altijd makkelijk, en daar kan ik na de afgelopen maanden ellenlange verhalen over schrijven. Maar ik zal jullie de details besparen. Want veel belangrijker is de conclusie die ik daaruit getrokken heb: zo vaak is het wel heel makkelijk. En dan vergeten we het meestal.
Genieten.
En niet zomaar genieten, maar intens genieten. Van een dikke knuffel, van een mooi lied, van een piepklein gebakje, van de herfstkleuren in de bomen. Zelfs van de harde wind of koude regen in je gezicht. Probeer het maar eens, want als je wilt genieten, dan geniet je meer. En als je intenser wilt genieten, dan geniet je ook intenser. Er kan altijd nog een beetje bij :)
Het water staat in onze schoenen. De paraplu is beter dan niks al is hij kapot, maar moet nu aan de kant.
We beginnen te rijden. Langzaam weer de eindeloze regen in. We buigen ons over onze knieën om de broek en het gezicht te redden. Het water valt in de toch al verzopen kapsels.
Naar boven en dan… De maag keert zich om. Horten en stoten in deze blinde houding, denken dat je te pletter valt, ergens tegenaan zult slaan, de nek zult breken. We gillen als gekken en richten ons snel op.
Met honderd kilometer per uur razen door de regen, de druppels als hagelstenen op wangen en lippen. We gooien onze handen in de lucht, huilen en lachen.
Het zijn nogal wat muren om een vrouw van steen.
Maar hij beukte zich er dwars doorheen.
Nu staan we met zijn tweeën in het midden. Wat een gevangenis was is een doolhof geworden.
Niet langer opgesloten, tijd om af te sluiten.
Het duurt misschien nog even, maar ooit komen we hierbuiten.
Je hebt mijn ogen geopend. Bracht me, zonder het te weten, buiten de wereld die ik voor mezelf had gecreëerd, die niet perfecte maar op zijn minst gewillige wereld, handelbaar. De wereld waarin ik een plekje vond als iemand die bereid was het voortouw te nemen.
De wereld is niet handelbaar. Iedereen leidt hier een dubbelleven. Vertel maar niets. Geluisterd wordt er toch niet. Het draait om verlangen en hebzucht, hier kent niemand spijt en hier begrijpt niemand pijn. Wie zou ik dan zijn, om oplossingen te zoeken voor wat blijkbaar geen mens interesseert.
Ben ik dan de enige die anders is? En waarom? Wat doe ik hier dan nog? Of zal ik straks net zo zijn?
Als een kind dat geboren wordt. En huilt. Al het vertrouwde verdween.
Lange veenweg langs het kanaal. Oude donkergroene Volvo, nazomerbomen, bulten en gaten. Wandelen op de oude gronden met zijn steppes en bossen, plassen, vogels, en het bankje waarop we zaten.
Liggen in het gras. Totdat het regent, en langer nog, want het kan ons niet schelen.
De fanfare in het dorp. We klappen en lachen en lopen arm in arm door het gras langs de kerk. Er bloeien bloemen en de zon zakt als de auto terugrijdt door het wijdse land. Links de Peel in brand, rechts een regenboog die het warme gele licht – het schijnt ook op je gezicht – in alle kleuren vangt.
Ik zou wel honderd brieven aan je kunnen schrijven. Er zijn zo veel prachtige zinnen. Al dat geluk. Heb je wel eens gezien hoe een vulpen over het papier strijkt, de inkt langzaam opdroogt? Die pen die zo veel weet. Alle details en al het treurige, al het mooie. Zoveel meer begrijpt van de waarheid.
Heb je wel eens geroken aan mijn verhalen? Die muffe lucht van heerlijkheid. En eerlijkheid.
’s Morgens vroeg, iedereen slaapt
maar mijn ogen gaan al open.
Ik weet niet wat ik hier nog doe
en of ik weg zal lopen.
Ik zou mezelf wel missen,
als ik verdwijn hier in het duister.
Maar luister,
kale bomen worden groen
dus als je niets kunt doen
denk eens aan de lente.
Luister,
achter de wolken schijnt de zon
en in de regendruppels die je vond
weerspiegelt altijd jouw gezicht
in je ogen is het licht.
In de ramen is de hemel rood,
de dag laat op zich wachten.
De kleuren nog vol angst en bloed,
van het beeld in mijn gedachten.
En toch, de ochtend komt eraan
weet ik als ik fluister:
Maar luister,
kale bomen worden groen
dus als je niets kunt doen
denk eens aan de lente.
Luister,
achter de wolken schijnt de zon
en in de regendruppels die je vond
weerspiegelt altijd jouw gezicht
in je ogen blijft het licht.
Ik weet niet waarover leven gaat,
maar als je om je heen kijkt,
zie je dat het mooier is
dan dat het in je hoofd lijkt.
Gebruik je ogen en je mond
om te zien en om te lachen.
Want als je weet wat schoonheid is
hoef je niet te wachten.
Luister,
kale bomen werden groen
en toen je niets kon doen
was het allang lente.
Luister,
Aan de hemel schijnt de zon
weerspiegeld, toen ik je ogen vond.
Geschreven in december 2008. Aan mezelf, hier en nu. Blijkbaar.
Dat je de oorlog kon horen. Dat vond ik nog het meest onwaarschijnlijk aan een toch al bizar verhaal. Dat je ze kon zien lopen, de eindeloze stroom aan Belgische vluchtelingen, daar is al bijna geen voorstelling van te maken. Maar dat je de kanonnen kon horen?
Razend aan de Brabantse horizon als onweer. Het heeft iets knus. Zoals de regen die tegen de ruiten slaat, ’s nachts, als je probeert te slapen. De wind die rammelt aan de bomen.
Maar dan kanonnen. Moordwapens. Niet één schot, niet twee, maar een onuitputtelijke aaneenschakeling van vernieling die de klank van de nachtelijke hemel kleurt. Dat je weet dat het gebeurt, dat je weet dat je erin had kunnen staan als je toevallig aan de andere kant van die grens geboren was. Stel je toch eens voor, dat iedere regendruppel je dood kan zijn.
Over de theatervoorstelling van Diederik van Vleuten. En daar was ik op aanraden van Jaap :)
De mist struikelde over de bomen. Languit op de grond. De weilanden, het wit, de silhouetten en één koe, half zichtbaar, met haar kont in de wind. Meer niet.
Verderop de punt van de kerktoren. Zon kleurt de nevel geel. Weerspiegelend in de rivier en vogels vliegen met rustige vleugelslagen. Naar de toppen van rijen aan vertakte dromen.